Wat zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van eenhoofdig gezag?

Ouders of ex-partners met kinderen voeren doorgaans gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Dit is ook de hoofdregel uit de wet. Willen de ouders het gezamenlijk gezag (na verloop van tijd) wijzigen in eenhoofdig gezag of andersom, dan kan dat via de rechtbank. Wanneer is dat mogelijk en aan welke voorwaarden toetst de rechtbank? Dit bespreekt onze advocaat personen- en familierecht aan de hand van een recente uitspraak. 

Wettelijke voorwaarden voor wijziging gezamenlijk gezag

Wanneer de rechtbank het gezag kan wijzigen, is onder meer bepaald in art. 1:253n Burgerlijk Wetboek. Kort gezegd toetst de rechtbank aan het zogenoemde klemcriterium, dat inhoudt dat ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen, tenzij:

1. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
2. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Niet-nakomen omgangsregeling voldoende voor beëindiging gezag?

Ter illustratie volgt een praktijkvoorbeeld. In de hier te bespreken recente procedure ging het om twee ex-echtgenoten die met het gezamenlijk gezag over hun kinderen waren bekleed. De kinderen waren 7 en 11 jaar oud. In de procedure bij de rechtbank besliste de rechter dat de moeder voortaan alleen met het ouderlijk gezag zou uitoefenen. De reden hiervoor was dat de vader de bestaande omgangsregeling vaak niet nakwam, wat met name voor de kinderen bezwaarlijk was. Gelet daarop achtte de rechtbank het in het belang van de kinderen dat moeder voortaan het gezag alleen zou uitoefenen.

Hoger beroep: gezamenlijk gezag is in belang van kinderen

De vader ging tegen deze uitspraak in hoger beroep. Bij het Hof gaf hij aan dat het in het belang van de kinderen was dat hij en de moeder het gezamenlijk gezag zouden blijven uitoefenen. De omgangsregeling kwam hij inderdaad niet altijd na, maar dit kwam omdat de moeder volgens hem persistent weigerde met hem te communiceren. Hijzelf daarentegen gaf aan dat hij bereid met de moeder goede afspraken te maken over de zorg- en opvoedingstaken.

Raad voor de Kinderbescherming

Zoals doorgaans gebruikelijk bij kinderzaken, had de Raad voor de Kinderbescherming in deze procedure in eerste aanleg een onderzoek uitgevoerd. Op basis van haar onderzoeksresultaten concludeerde zij dat het gezamenlijk gezag van de ouders in stand diende te blijven. Dit was namelijk in het belang van de kinderen en er was geen enkele aanleiding om het gezag van de ouders te wijzigen. Toch sloot de rechtbank zich hier niet bij aan en zag zij onvoldoende aanleiding om het gezag in stand te laten. Op basis daarvan bekleedde zij de moeder – op haar verzoek – alsnog met het eenhoofdig gezag.

Rapportage Raad voor de Kinderbescherming

In de hoger beroepsprocedure deed de RvdK een nieuw onderzoek en concludeerde dat het eenhoofdig gezag van de moeder in stand diende te blijven. De reden hiervoor was dat er in eerste instantie veel onrust was tussen de ouders en de kinderen en dat na de rechtbankuitspraak er veel rust was gekomen. Daarom oordeelde de Rvdk dat het in het belang van de kinderen was dat het eenhoofdig gezag van de moeder in stand zou blijven.

Voorwaarden voor uitoefening gezamenlijk gezag

Opmerkelijk was dat het hof ook hier echter een andere mening over had en niet aan de wettelijke vereisten voor wijziging van het ouderlijk gezag was voldaan. Een van de vereisten was namelijk dat de ouders op een goede wijze beslissingen kunnen nemen over de zorg en opvoeding van de kinderen. De wijze van besluitvorming mag niet belastend zijn voor het kind (klemcriterium). Als ouders bijvoorbeeld niet meer samenwonen, zal doorgaans één ouder de belangrijkste beslissingen nemen. De andere (niet-verzorgende) ouder mag de beslissingen van deze ouder dan niet blokkeren. Dat betekent bijvoorbeeld dat ruzie tussen ouders op zichzelf  niet voldoende is voor een ontzetting uit het ouderlijk gezag, als de ouders maar het kind daarbuiten laten.

Communicatie ouders: zorgregeling is van belang, maar niet leidend

Voldoen de ouders aan deze voorwaarden, dan mogen zij het gezag gezamenlijk uitoefenen, tenzij een wijziging alsnog in het belang van het kind noodzakelijk moet worden geacht. Wanneer dit zich voordoet, verschilt van geval tot geval. In deze procedure concludeerde het hof dat de communicatie tussen de beide ouders weer beter was: voor zover er sprake was van een slechte communicatie, had die enkel betrekking op de lopende zorgregeling. Die verliep – mede vanwege de door de rechtbank gekoppelde dwangsommen – goed. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en bekleedde beide ouders weer met het gezamenlijk gezag.

Advocaat bij (gezamenlijk) gezag ouders

Zoals uit deze procedure blijkt, is een adviesrapport van de RvdK niet leidend. Het enkele feit dat een zorgregeling op zich niet goed verloopt, is daartoe ook onvoldoende. Heeft u een vraag betreffende gezag, neem dan contact op met onze advocaat personen- en familierecht. In het verlengde daarvan geeft onze advocaat ook informatie over een (bestaande) omgangsregeling, ouderschapsplan of co-ouderschap.

Kans op eenhoofdig gezag

Voor een beoordeling van de kans op toewijzing van een verzoek tot eenhoofdig gezag kijkt de rechtbank naar verschillende aspecten. Daarop wordt ingegaan in de blog beoordelingskaders voor toewijzing van eenhoofdig gezag. Voor informatie over de kosten omtrent eenhoofdige gezag leest u meer in bijgaande blog.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur