Adoptieprocedure

Naar Nederlands recht zijn er een aantal verschillende adoptieprocedures mogelijk. Op deze pagina worden de verschillende soorten procedures uitgelegd: de Wobka, de reguliere Nederlandse adoptie en stiefouderadoptie (ook wel: eenouderadoptie).

Adoptie op basis van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

Bij een reguliere adoptieprocedure dient een beginseltoestemming te worden aangevraagd bij Stichting Adoptievoorzieningen. Deze stichting valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van V&J. Zij toetsen of de adoptiefouder voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de beginseltoestemming. Deze zijn:

  1. De aspirant-adoptieouder mag niet meer dan 40 jaar ouder dan het kind zijn;
  2. Ten tijde van het verkrijgen van de beginseltoestemming mag de aspirant-adoptiefouder niet ouder dan 42 zijn. Dit betekent ook dat als de aspirant-adoptiefouder 42 is, die alleen een kindje kan adopteren ouder dan 2 jaar.

Voorts zijn de overige voorwaarden:

  1. a) De aspirant-adoptiefouder dient een aantal informatiebijeenkomsten bij te wonen, waarvan de kosten in totaal €1595,- bedragen. Dit houdt in een voorlichtingsbijeenkomst van SAV ten bedragen van €210,-, waarin wordt omschreven hoe de adoptieprocedure er uitziet en hoe de adoptiepraktijk van de afgelopen jaren is geweest. Indien de aspirant-adoptiefouder besluit door te gaan met de adoptieprocedure zal die vijf informatiebijeenkomsten moeten bijwonen die worden georganiseerd door Stichting Adoptievoorzieningen. De kosten hiervan zijn €1385,-.
  2. b) Er volgt een gezinsonderzoek waarbij de Raad van de Kinderbescherming kijkt naar de beweegredenen van de adoptiefouders en de geschiktheid om een adoptiefkind op te voeden. Dit rapport zal, met bijhorend advies, met de adoptiefouders worden besproken. Omdat een aantal landen bepaalde voorkeuren heeft ten aanzien van het afstaan van een adoptiekindje, zal dit rapport mede worden gebruikt om te bepalen welk gezin het meest geschikt voor plaatsing van een bepaald adoptiekind.
  3. c) Als de aspirant-adoptiefouder individueel een kind wil adopteren en er geen buitenlandse adoptieuitspraak ligt, is adoptie alleen mogelijk als de aspirant-adoptiefouder tenminste een jaar voor het adoptiekindje heeft gezorgd. Indien de aspirant-adoptiefouder met zijn partner een kindje wil adopteren dienen zij tenminste drie jaar te hebben samengewoond.

Als bovenstaande voorwaarden zijn vervuld en de beginseltoestemming is verleend, kan de aspirant-adoptiefouder naar een van de in Nederland gevestigde adoptiebemiddelaars terecht om de adoptieprocedure in gang te zetten. Deze zijn lang niet in alle landen actief. Het is voor deze landen, bij uitzondering, slechts tot op zekere hoogte mogelijk om in deelbemiddeling een kindje te adopteren (zie hierna onder deelbemiddeling).

Adoptie op basis van verblijf in het buitenland

Een andere mogelijkheid ten opzichte van de reguliere adoptieprocedure (waarbij een aanvraag tot beginseltoestemming wordt ingediend) is dat de aspirant-adoptiefouder minimaal een jaar in het land verblijft waar de ouder een adoptieprocedure wenst te starten. In dit jaar kan de aspirant-adoptiefouder in het desbetreffende land een adoptieprocedure starten en is het niet noodzakelijk dat er in Nederland een beginseltoestemming wordt aangevraagd.

Een nadeel van deze procedure is dat de controle op de zorgvuldigheid van de adoptieprocedure tamelijk kan verschillen. Een ontoereikende controle kan niet alleen verstrekkende gevolgen hebben voor het adoptiekind indien er bijvoorbeeld niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat er afstand is gedaan van het kind door de biologische ouders, maar ook omdat medische behandelingen en juiste zorg door opvangtehuizen complicaties kunnen meebrengen.

Hieruit vloeit voort dat het wenselijk is dat de aspirant-adoptiefouder(s) zich laat/laten bijstaan door een adoptiebemiddelaar, aangezien deze door middel van connecties met de autoriteiten in het buitenland er zorg voor kan dragen dat de adoptieprocedure op de juiste wijze verloopt. Bovendien wordt zo voorkomen dat de aspirant-adoptiefouder voor verrassingen komt te staan indien hij de buitenlandse adoptieprocedure op een later tijdstip wenst om te zetten naar Nederlands recht en er blijkt dat er gebreken in de adoptieprocedure zijn (geweest), waardoor erkenning dan wel erkenning en omzetting naar Nederlands recht niet kan plaatsvinden. Dit verzuim kan vrijwel altijd worden hersteld, maar leidt vanzelfsprekend tot procedurele kosten en vertraging.

Partneradoptie

Bij een (Nederlandse) partneradoptie worden de oorspronkelijke familiebanden met de biologische ouder(s) verbroken en komt er een nieuwe familierechtelijke band tussen het kind en de partner tot stand. De partner verkrijgt dan het (gezamenlijk) gezag over het kind. Deze adoptieprocedure vindt doorgaans plaats als een van de biologische ouders volledig buiten beeld is. Een partneradoptie kan onder meer gunstig zijn in het geval ouders scheiden, een van de ouders vervolgens buiten beeld raakt (geen zorg meer draagt in de opvoeding) en de nieuwe partner (gezamenlijk) gezag zou willen verkrijgen.

Een partneradoptie kan ook in een interlandelijke adoptieprocedure uitkomst bieden. Een partneradoptie kan bijvoorbeeld aan de orde komen ingeval een alleenaanvrager een buitenlands kind heeft geadopteerd en de aanvrager vervolgens een geregistreerd partnerschap of huwelijk aangaat. Doorgaans is het mogelijk dat een getrouwd stel, waarvan één de beginseltoestemming heeft gekregen, beiden het gezag krijgen door middel van de Nederlandse adoptieprocedure. In dat geval ontstaan er familierechtelijke betrekkingen tussen het adoptiekind en de beide adoptiefouders.

De beginseltoestemming

Als wordt voldaan aan de hierboven beschreven voorwaarden (onder Adoptie op basis van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie), wordt de beginseltoestemming verleend. Deze is geldig voor de duur van vier jaar en kan na een aanvullend gezinsonderzoek weer voor de duur van vier jaar verlengd worden.

Bemiddelingsfase

Zodra de beginseltoestemming is verkregen kan de begunstigde zich wenden tot een van de in Nederland gevestigde adoptiebemiddelaars (ook wel: vergunninghouders). In Nederland zijn er momenteel vijf gevestigde adoptiebemiddelaars met doorgaans elk hun eigen ‘werkterrein’. Zo zijn er een aantal bemiddelaars die zich richten op één of meerdere landen, anderen hebben een breder terrein. De keuze voor een bepaalde bemiddelaar is daarom afhankelijk van de vraag of een adoptie uit een specifiek land voorkeur heeft.

De adoptiebemiddelaars leggen contact met de bevoegde instanties in het buitenland en zoeken hierbij naar de meest geschikte adoptieouders voor een kindje. Dit is vanzelfsprekend om te garanderen dat het kindje opgroeit in een liefdevolle en zorgzame gezinsomgeving en de beste kansen op ontwikkeling worden geboden. Overigens hanteert elke adoptiebemiddelaar eigen richtlijnen, criteria en tarieven, waardoor deze factoren mede een rol kunnen spelen bij de uiteindelijke keuze voor een bepaald land.

Deelbemiddeling

Deelbemiddeling kan worden overwogen als alternatief voor reguliere bemiddeling. Bij deelbemiddeling legt de aspirant-adoptiefouder zelf via een contact in het buitenland de basis voor de adoptie. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als de aspirant-adoptiefouder al eens in het desbetreffende land is geweest en door middel van een organisatie of buitenlandse adoptiebemiddelaar in contact bent geweest met een adoptiekindje. Ook in dat geval moet de aspirant-adoptiefouder erop bedacht zijn dat de in Nederland gevestigde adoptiebemiddelaars over alle kennis en informatie beschikken om tot het beste resultaat voor zowel de adoptiefouders als het adoptiekindje te komen en dat mogelijk kan blijken dat het desbetreffende kindje toch meer kans heeft om liefdevol op te groeien in een ander gezin. Overigens is deelbemiddeling doorgaans alleen mogelijk bij landen die niet zijn aangesloten bij het Haags adoptieverdrag. Een van de redenen hiervoor is dat er vrijwel altijd in het land zelf ouders zijn die het kindje willen adopteren, waardoor een interlandelijke adoptie niet plaats vindt.

Complexiteit en risico’s deelbemiddeling

Deelbemiddeling is niet volledig zonder risico’s. Deelbemiddeling kan voor de aspirant-adoptiefouder een optie zijn indien diegene een kind wil adopteren uit een land waar geen vergunninghouder actief is; echter in de praktijk is dit een complexe procedure omdat de meeste bemiddelaars zich alleen richten op de landen die in hun portefeuille zit. De aspirant-adoptiefouder moet dan ook een bemiddelaar vinden die aan diens verzoek wilt meewerken. De aspirant-adoptiefouder zal er erop bedacht moeten zijn dat deelbemiddeling in zulk een geval mogelijk langer kan duren dan reguliere bemiddeling en dat mede hierdoor de kosten voor de gehele adoptieprocedure ook aanzienlijk hoger – kunnen- zijn. Deze kosten bestaan uit onder meer het bewaren van het adoptiedossier gedurende vijftig jaar, de doorzending van het gezinsrapport en de beoordeling van het buitenlandse contact met wie de adoptieprocedure wordt doorlopen. Deelbemiddeling raden wij over het algemeen niet aan, mede vanwege het feit dat gebreken of onvolkomenheden in de adoptieprocedure tot grote vertraging en onzekerheid kunnen leiden. Tenzij de aspirant-adoptiefouder vertrouwt is met de lokale wet- en regelgeving en/of betrokken instanties adviseren wij daarom dan ook altijd gebruik te maken van een in Nederland gevestigde adoptiebemiddelaar en de reguliere adoptieprocedure te doorlopen. Indien de aspirant-adoptiefouder desondanks deelbemiddeling door een adoptiebemiddelaar wenst, zal deze in staat én bereid moeten zijn om de ouder te assisteren bij deelbemiddeling. Zij zijn hiertoe niet verplicht en een van de redenen dat zij de aspirant-adoptiefouder hierin niet bijstaan is dat er in veel gevallen onvoldoende gegevens bekend zijn om te controleren of de desbetreffende contactpersoon en/of betrokken instanties grote zorgvuldigheid betrachten bij het doorlopen van de adoptieprocedure.

Is deelbemiddeling altijd mogelijk?

Nee, als een land is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag zal het aandragen van een eigen adoptiekind slechts beperkt mogelijk zijn omdat het Nederlandse ministerie van V&J terughoudend is voor wat betreft andere contacten dan die bij het Haags adoptieverdrag ingesteld zijn. De Nederlandse vergunninghouder met wie de aspirant-adoptiefouder de deelbemiddeling verricht, moet de procedure daarnaast goedkeuren; dit betekent niet dat deelbemiddeling uit een land dat is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag uitgesloten is, maar het is in de praktijk niet veel voorkomend en bovendien niet zonder risico’s. Sommige landen hebben deelbemiddeling uitgesloten van de mogelijkheden. Indien de aspirant-adoptiefouder een contactpersoon in het buitenland (veelal een vergunninghouder) heeft gevonden, dient die persoon een voorstel in bij een vergunninghouder, waarna deze het contact beoordeelt. Op basis van die beoordeling keurt het ministerie van Veiligheid & Justitie het contact al dan niet goed. De informatie die de vergunninghouder kan verkrijgen over de buitenlandse contactpersonen verschilt per geval. Als de aspirant-adoptiefouder een verzoek indient bij de vergunninghouder om deelbemiddeling te overwegen, zullen zij binnen acht weken nadat zij alle benodigde informatie hebben advies uitbrengen aan het ministerie van Veiligheid en Justitie. Die zal vervolgens een oordeel geven, welke positief of negatief kan zijn. Bij onvoldoende informatie zal het ministerie vragen om aanvullend onderzoek.

Voorstel adoptiekind

Zodra de in Nederland gevestigde vergunninghouder een match heeft met de in het buitenland gevestigde vergunninghouder, wordt een ‘match’ kenbaar gemaakt. In dat geval krijgt aspirant-adoptief informatie over onder meer de leeftijd, het geslacht en eventuele bijzonderheden die verbonden zijn aan het adoptiekind. Aspirant-adoptiefouders krijgen enige tijd om over het voorstel te beslissen. Indien de aspirant-adoptiefouder akkoord gaat zal er meer informatie worden vrijgegeven over het adoptiekind.[/showhide]

Formaliteiten als het kind in Nederland is

Zodra het adoptiekindje in Nederland aankomt dient het te worden aangemeld bij de officiële instanties. Als het kindje wordt geadopteerd uit een verdragsstaat, dus een land dat is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag, dient dit binnen vijf dagen na aankomst plaats te vinden. In het geval er sprake is van een zwakke adoptie (in welk geval de familierechtelijke banden tussen de biologische ouders en het kind niet worden verbroken), is deze termijn drie dagen. In het eerste geval meldt de aspirant-adoptiefouder het kindje aan bij de bevolkingsadministratie van de gemeente waar diegene woont, in het tweede geval bij de korpschef. De aspirant-adoptiefouder dient in het tweede geval een aanvraag in te dienen tot voorlopig verblijf voor het adoptiekind.

Benodigde documenten bij regulier verblijf in Nederland door de adoptiefouders

Om het adoptiekindje aan te melden dient/dienen de adoptiefouder(s) enkele stukken te overleggen. Welke dit zijn, hangt af van de concrete situatie. In het geval de buitenlandse adoptieuitspraak nog door de Nederlandse rechter moet worden erkend of het kindje nog niet daadwerkelijk is geadopteerd maar wel ter adoptie in het gezin wordt opgenomen moeten de volgende documenten worden aangeleverd:

  • Een kopie van de beginseltoestemming van het Ministerie van Veiligheid en Justitie – Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden (CAIK);
  • Een kopie van een beginseltoestemming op naam van het Ministerie van Veiligheid en Justitie – Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden, bij een niet-Verdragsadoptie. Of een kopie van een Statement of Approval van het Ministerie van Veiligheid en Justitie – CAIK, bij een Verdragsadoptie;
  • Een kopie van de medische verklaring over de gezondheidstoestand van de vreemdeling, zoals bedoeld in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. Deze verklaring moet zijn afgegeven in het land van herkomst en mag niet ouder zijn dan 6 maanden;
  • Een kopie van de beslissing van de daartoe bevoegde autoriteiten in het land van herkomst (bijvoorbeeld een uitspraak van de rechtbank in het land van herkomst), en een vertaling hiervan. Hieruit moet blijken dat de autoriteiten van het land van herkomst ermee hebben ingestemd dat u de vreemdeling in uw gezin opneemt ter adoptie; en
  • bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de biologische ouder(s) afstand doet (doen) van de vreemdeling (die toestemming kan blijken uit bovengenoemde uitspraak). Als de vreemdeling door u is geadopteerd en de buitenlandse adoptiebeslissing is gegeven door een buitenlandse instantie die het Haags Adoptieverdrag heeft toegepast, voeg dan ook toe:
  • Een verklaring van conformiteit.

Benodigde documenten bij verblijf adoptiefouders in het buitenland

Indien het adoptiekindje in het gezin is opgenomen in de periode dat het adoptiekindje en de adoptiefouder(s) in het buitenland woonden moeten de volgende bewijsmiddelen worden ingediend bij de IND:

  • bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de adoptiefouder(s) het adoptiekindje in het gezin hebben opgenomen, verzorgd en opgevoed in de periode dat de adoptiefouder(s) in het buitenland woonden (o.a. een afschrift uit de openbare registers van het desbetreffende land);
  • bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de biologische ouders of, als deze zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben, de autoriteiten van het land van herkomst vóór de komst van het adoptiekindje naar Nederland hebben ingestemd met het vertrek en met de opneming ter adoptie (verklaring van de ouders of verklaring van de autoriteiten van het land van herkomst); en
  • bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de adoptiefouder(s) samen met het adoptiekind Nederland zult inreizen.

Of de adoptiefouder(s) gezag dient/dienen aan te vragen hangt af van de vraag of de buitenlandse adoptieuitspraak in Nederland voor erkenning vatbaar is. In het geval het gaat om een adoptie uit een verdragsland is deze erkenning -in beginsel- automatisch gegeven (art. 21 Haags adoptieverdrag) en heeft/hebben de aspirant-adoptiefouder(s) automatisch het gezag over het kind. In alle andere gevallen dient de aspirant-adoptiefouder door middel van een procedure bij de Nederlandse kantonrechter het gezag aan te vragen. In de Wet conflictenrecht adoptie (art. 10:103 BW e.v.) staan de voorwaarden voor erkenning van deze buitenlandse adoptieprocedure. Overigens is het niet altijd zo dat er een adoptieprocedure in het buitenland heeft plaatsgevonden, maar erkenning van een buitenlands adoptievonnis komt wel het meest voor. Ingeval er geen buitenlands adoptievonnis ligt dient de aspirant-adoptiefouder het gezag door middel van een Nederlandse adoptieprocedure aan te vragen.

Procedure naar Nederlands recht

Zoals eerder genoemd dient de aspirant-adoptiefouder in sommige gevallen een adoptieprocedure naar Nederlands recht te voeren. Dit is het geval als er een adoptie tot stand is gebracht onder het Haags adoptieverdrag, maar dit een zwakke adoptie betreft; in dat geval dient deze te worden omgezet naar Nederlands recht (sterke adoptie) waardoor de oorspronkelijke familiebanden met de biologische ouders verbroken worden en het adoptiekindje de Nederlandse status krijgt. Het luidt vanzelfsprekend dat deze omzetting alleen zal plaatsvinden als de biologische ouders hebben ingestemd met een dergelijke omzetting of op grond van officiële stukken kan worden aangetoond dat de biologische ouders onbekend zijn. Overigens verschilt het per land of er sprake is van een sterke of een zwakke adoptie. Ook onder het Haags adoptieverdrag zijn er landen die alleen een zwakke adoptie kennen terwijl voor de rechtsgeldigheid noodzakelijk is dat het gaat om een sterke adoptie; in zulke gevallen moet er naar Nederlands recht een verzoek worden ingediend tot erkenning en omzetting van de buitenlandse adoptieuitspraak. Hetzelfde geldt indien de aspirant-adoptiefouder een buitenlandse adoptieprocedure heeft gevoerd of er andere officiële stukken zijn waaruit de adoptie kan worden afgeleid (de wet spreekt van ‘buitenlandse beslissingen’. NB. Dit is alleen indien dit een land betreft dat niet is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag en er sprake is van een zwakke adoptie. Ingeval van een sterke adoptie dient alleen een erkenningsprocedure plaats te vinden).

In alle andere gevallen dient de Nederlandse adoptieprocedure te worden gevoerd indien er onvolkomenheden in de procedure zijn; dit is bijvoorbeeld het geval als de geboortegegevens van het kindje niet bekend zijn. In dat geval worden de geboortegegevens door de Nederlandse rechter vastgesteld. Terzijde vermelden wij dat het te allen tijde, voor de voortvarendheid van de adoptieprocedure, van belang is om alle van belang zijnde officiële stukken van de buitenlandse autoriteiten aanwezig te hebben om dergelijke gebreken te voorkomen.

De aspirant-adoptiefouder kan de procedure naar Nederlands recht alleen voeren als diegene óf de reguliere adoptieprocedure heeft doorlopen en over de beginseltoestemming beschikt (dus doorgaans betekent dit: de aspirant-adoptiefouder woont in Nederland en diegene wilt, al dan niet via het Haags adoptieverdrag, een kindje adopteren uit het buitenland), of als de desbetreffende persoon langer dan een jaar in het buitenland heeft gewoond maar wel de Nederlandse nationaliteit bezit. Het is in dit laatste geval ook mogelijk een procedure naar Nederlands recht te voeren indien diegene niet woonachtig is in Nederland. Dit kan gunstig zijn indien diegene wil dat het adoptiekind de Nederlandse nationaliteit verkrijgt. De voorwaarden die hieronder genoemd worden zijn slechts indien het niet een erkennings- of omzettingsprocedure betreft.

De voorwaarden voor het aanvragen van een adoptie naar Nederlands recht zijn:

  • Ingeval het gaat om een land dat niet is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag dient de aspirant-adoptiefouder ofwel gehuwd of samenwonend te zijn, tenminste drie jaar te hebben samengewoond en gedurende een jaar voor het kind te hebben gezorgd;
  • Ingeval het gaat om een land dat niet is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag en de aspirant-adoptiefouder alleenstaand is, dan dient de aspirant-adoptiefouder in elk geval een jaar voor het kindje te hebben gezorgd alvorens de procedure naar Nederlands recht te voeren.

Stel dat het om bepaalde redenen niet mogelijk is dat beide ouders het kindje adopteren maar slechts een daarvan, dan kan in een later stadium partneradoptie overwogen worden. Deze situatie komt vaak voor ingeval wel beide ouders zorg dragen voor de opvoeding, maar de adoptie individueel heeft plaatsgevonden.

Advocaat Adoptierecht

Interlandelijke adoptie is in juridisch opzicht een niche. Advocatenkantoor Appelman beschikt over een zeer ervaren advocaat adoptierecht. Laat u vrijblijvend informeren over de start van een adoptieprocedure, of indien u andere vragen heeft in het kader van adopties; wij helpen u graag verder.