Ouderlijk gezag vader ontnemen. Wanneer kan dat?

Een slechte verstandhouding tussen ouders kan het uitoefenen van gezamenlijk gezag in de weg staan. In een aantal gevallen kan mediation of een hulpverleningstraject uitkomst bieden, maar als dat niet lukt ligt een wijziging van het ouderlijk gezag voor de hand. Onder welke voorwaarden kan het ouderlijk gezag van een van de ouders (hier: de vader) worden beëindigd? Onze advocaat personen- en familierecht bespreekt het aan de hand van een recent arrest.

Eenhoofdig gezag naar gezamenlijk gezag en vice versa

De wet biedt de mogelijkheid om eenhoofdig gezag om te zetten naar gezamenlijk gezag. Gezamenlijk gezag ontbinden is ook mogelijk.  Van rechtswege is het zo dat de moeder de moeder het gezag alleen uitoefent. Zijn ouders getrouwd, dan hebben zij beiden het gezamenlijk gezag. Als de ouders gaan scheiden, kan de rechtbank bepalen dat voortaan één van de ouders het gezag zal uitoefenen. Na verloop van tijd kan de andere ouder via de rechtbank dan verzoeken om (weer) het gezamenlijk gezag te verkrijgen.

Klemcriterium

Bij elke wijziging van het gezag toetst de rechtbank aan het klemcriterium. Dit houdt kort samengevat in dat wijziging van het gezag in het belang van het kind moet zijn. Ouders moeten in staat zijn om in gezamenlijk overleg beslissingen te maken op een zodanig wijze, dat dit niet belastend is voor het kind. In de hiervoor verwezen blog wordt verwezen naar een aantal voorbeelden waarin al dan niet aan het klemcriterium is voldaan. Wijziging van het gezag kan ook plaatsvinden als dit (anderzijds) in het belang van het kind is.

Recente procedure

In een recente procedure waren ouders getrouwd geweest. Bij de scheiding in 2014 bepaalde de rechtbank dat de ouders het gezag samen zouden blijven uitoefenen. Zij hadden twee minderjarige kinderen, geboren op datum X. Zij hadden ook een ouderschapsplan ondertekend waarin zij hadden afgesproken dat zij het gezamenlijk gezag zouden dragen. Tot slot hadden zij afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

Verzoek wijziging gezag: hulpverleningstrajecten

In de jaren daarna bleek de verstandhouding tussen partijen (ernstig) te verslechteren. De moeder verzocht de rechtbank in 2017 om het ouderlijk gezag tussen haar en de vader te wijzigen. In een aantal tussenbeschikkingen verwees de rechtbank onder meer naar hulpverleningstrajecten tussen ouders. Uiteindelijk besloot de rechtbank om het gezamenlijk gezag tussen de ouders in stand te laten.

Gebrek aan goede communicatie en vertrouwen?

In hoger beroep voerde de moeder (nogmaals) aan dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord was. Constructief overleg en normale communicatie tussen haar en de vader was al jaren niet mogelijk. Volgens de moeder was de vader moeilijk te bereiken en kwam hij afspraken niet na. Zij vroeg regelmatig om toestemming voor medische behandelingen van de kinderen, en hier reageerde de vader (te) laat op. Ook duurt het vaak lang voordat de vader toestemming zou geven voor vakanties. Zij had geen vertrouwen meer in de vader. Eenhoofdig gezag zou zorgen voor rust bij de kinderen.

Vader: gezamenlijk gezag moet in stand blijven

De vader was het niet eens met de stellingen van de moeder en voerde verweer. Hij wilde het gezamenlijk gezag met de moeder blijven uitoefenen. Toen de rechtbank eerder had verwezen naar hulpverleningstrajecten had hij er alles aan gedaan om de communicatie tussen partijen te verbeteren. Hij deed ook zijn best om de afspraken uit het ouderschapsplan na te komen. Volgens hem werd hij bij de uitoefening van het gezag gedwarsboomd door de moeder. De moeder leek niet in te zetten op bevordering van het contact tussen de kinderen en de vader.

Geen sprake van situatie klem of verloren

Het hof besloot, net als de rechtbank, om het gezamenlijk gezag van de ouders in stand te laten.  Daarbij toetste het hof aan het klemcriterium. Volgens het hof stond vast dat tussen partijen al jaren sprake was van communicatieproblemen. Er bestond wel een risico dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders, maar de moeder had onvoldoende feiten aangevoerd waaruit zou blijken dat daar (reeds) sprake van was. Wat de moeder had gesteld m.b.t. de toestemming van de medische behandelingen bleek bijvoorbeeld niet uit het dossier: de moeder had één keer vervangende toestemming moeten vragen via de rechtbank. Van soortgelijke situaties bleek niet. Omdat het (kennelijk) om een eenmalige gebeurtenis ging, was dit onvoldoende voor wijziging van het ouderlijk gezag.

Ouder met gezag is verplicht om banden met andere ouder te bevorderen

Tot slot nam  het hof in aanmerking dat de kinderen onder toezicht waren gesteld. De jeugdbeschermer waakte over hun belangen. Als de ouders de aanwijzingen van de GI zouden volgen en zouden deelnemen aan Ouderschap Blijft, kon dit tot verbetering in de situatie leiden. Van belang was dat de moeder inzag dat de vader een rol moet kunnen vervullen in het leven van de kinderen, omdat dit van groot belang is voor hun sociale en emotionele ontwikkeling. Gezien de stukken achtte het hof ook de vrees aanwezig dat wijziging van het gezag zou leiden tot ouderverstoting, wat een contra-indicatie was voor gezagswijziging.

Conclusie

Een slechte verstandhouding tussen ouders is niet voldoende voor wijziging van het gezag. Pas als er sprake is van een situatie waarbij de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders en hier niet op korte termijn verbetering in optreedt, ligt een gezagswijziging in de rede.