Misbruik van bevoegdheid. Wanneer is daar sprake van?

De wet kent een specifieke bepaling die niet vaak wordt gebruikt: de regeling inzake misbruik van bevoegdheid. Kort gezegd houdt het in dat een partij geen recht mag uitoefenen als hij daarbij geen belang heeft of dit recht slechts uitoefent om een ander te schaden. Vanwege het brede karakter ervan kan een beroep op deze bepaling in vrijwel alle aspecten binnen het recht worden toegepast. Wat de reikwijdte ervan is, bespreekt onze advocaat verbintenissenrecht aan de hand van een opmerkelijk arrest waarin dat recent aan de orde kwam.

Definitie misbruik van bevoegdheid

De bepaling van misbruik van bevoegdheid is vastgelegd in art. 3:13 Burgerlijk Wetboek. Het luidt:

1. Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
2. Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

Toepassingsbereik misbruik van bevoegdheid

Juridisch uitgelegd: misbruik van bevoegdheid is in principe enkel van toepassing binnen het vermogensrecht (ook wel kort samengevat: het overeenkomstenrecht). Maar art. 3:15 BW bepaalt dat een beroep op misbruik van bevoegdheid ook kan binnen andere rechtsgebieden. Een goed voorbeeld hiervan is misbruik van procesrecht: in principe kan altijd in een procedure bijvoorbeeld altijd worden verzocht om een voorlopig getuigenverhoor. De wederpartij kan dat echter met succes aanvechten als de partij gemotiveerd onderbouwt dat hiervoor geen enkel belang is en dat de partij dit verzoek enkel doet om bijvoorbeeld de procedure te vertragen.

Misbruik van procesrecht

Een ander, minder vaak voorkomend voorbeeld van misbruik van procesrecht is als een partij herhaaldelijk een procedure start. De andere partij wordt dan – ook in het geval hij in het gelijk wordt gesteld – vaak op hoge kosten gejaagd. Het (herhaaldelijk) zinloos starten van een procedure kan dan misbruik van procesrecht opleveren. Het moet dan gaan om een ‘evidente ongegrondheid’ van de vordering.

Voorwaarden

Hierbij is van belang: of de eiser zijn vorderingen baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde kennen of als het gaat om stellingen waarvan de eiser op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De rechtbank gaat hier terughoudend mee om, omdat iedereen in principe toegang moet kunnen hebben tot het recht. Een beroep hierop is echter wel mogelijk.

Praktijkvoorbeeld

Wanneer is in algemene zin een beroep op misbruik van omstandigheden mogelijk? Daarvoor is een recente procedure bij het Hof Arnhem-Leeuwarden casuïstiek. Kort samengevat ging het daarbij om een bedrijf (gedaagde in hoger beroep) dat een pand had overgekocht. De vorige eigenaar had met de buren (eisers in hoger beroep) een overeenkomst gesloten waarin was bepaald dat zij gebruik mochten maken van de steeg. De steeg was aldus eigendom van de onderneming.

Fietsen en containers

Eisers maakten hier gebruik van door het plaatsen van fietsen en containers. Voor de vorige eigenaar was dit geen probleem, maar de nieuwe eigenaar (gedaagde) tolereerde dit niet. Hij startte daarom een procedure bij de kantonrechter waarin hij een verbod vroeg op het stallen van de fietsen. De rechtbank wees dit verzoek toe.

Hoger beroep

Eisers gingen daartegen in hoger beroep. Zij stelden onder meer dat gedaagde misbruik van bevoegdheid maakte door zich te beroepen op zijn eigendomsrecht. De reden hiervoor was dat zij lange tijd gebruik hadden mogen maken van de steeg, dat gedaagde vrijwel geen belang had om de steeg vrij te houden (anders dan dat het ontsierend was) en dat eisers hun fietsen nergens anders kwijt konden.

Onevenredigheid belang?

Hierin ging het hof echter niet mee: enkel het feit dat gedaagde geen hinder ondervond van de fietsen was onvoldoende om te concluderen dat zij in redelijkheid niet hun eigendomsrecht mochten uitoefenen. Ook was er volgens het hof geen sprake van onevenredigheid tussen het belang van gedaagde en eisers. Kanttekening hierbij was wel dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij nergens anders hun fietsen konden stallen en dat zij zelf in het verleden bouwtechnische aanpassingen aan hun woning hadden gerealiseerd. Daardoor was de situatie min of meer door eigen toedoen ontstaan.

Onderbouwing

Resumerend: een beroep op misbruik van bevoegdheid dient goed te worden onderbouwd. Net als een beroep op de redelijkheid en billijkheid vormt het vaak een uitweg, in die zin dat vaak andere, meer voor de hand liggende gronden aanwezig zijn om een vordering te kunnen instellen of een verweer te kunnen onderbouwen.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur