Gerechtelijke vaststelling vaderschap: zo werkt dat

Erkenning is een van de wettelijke mogelijkheden om juridisch ouder te worden van een kind. Doorgaans moet de moeder hiervoor aan de vader toestemming verlenen. Geeft de moeder dit niet of weigert de vader het kind te erkennen, dan kan de rechtbank het vaderschap gerechtelijk vaststellen. Hoe dit in zijn werk gaat, bespreekt onze advocaat personen- en familierecht aan de hand van een recente uitspraak.

Procedure tot vaststelling vaderschap

Het vaderschap gerechtelijk vaststellen gaat, zoals de term doet vermoeden, via de rechtbank. Dat kan alleen via een advocaat. Drie partijen hebben doorgaans de mogelijkheid het verzoek in te dienen: de moeder, de (vermeende) vader of het kind. Een motief is vaak om familierechtelijke banden tot stand te brengen. Alimentatie en erfrecht speelt daarbij vaak ook een rol.

Casus: vaststelling vaderschap via DNA-onderzoek

In deze procedure ging het om het volgende: de vader was overleden in 2017 en had het kind, A, nooit bij leven erkend. Na zijn overlijden startte A, inmiddels ruim meerderjarig, een procedure om het vaderschap gerechtelijk vast te stellen. In eerste instantie gelaste de rechtbank een DNA-onderzoek, maar trok dat daarna in. De reden daarvoor was dat de rechtbank al voldoende bewijs had dat de man daadwerkelijk de biologische vader van A was.

DNA-onderzoek is niet verplicht

Tegen die uitspraak ging de moeder vervolgens in hoger beroep. Volgens haar stond niet met zekerheid vast dat de man de biologische vader van A was. De reden hiervoor was, zo voerde zij aan, dat dat zij in een ver verleden verkracht is geweest door de broer van de man. Vanwege de enorme impact hiervan was zij hierover nooit naar buiten getreden. In hoger beroep verzocht zij daarom de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.

Waarheidsvinding

In hoger beroep verscheen tevens de broer van de man. Die gaf aan dat de aantijgingen van de moeder nergens op waren berust en dat hij hiervoor aangifte had gedaan wegens smaad en laster. Hij was bereid mee te werken aan een DNA-onderzoek, net als A zelf.

Partijen die verzoek kunnen indienen

Het Hof overwoog als volgt. Een kind (in casu A) kan alleen een verzoek indienen tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap als de ouder is overleden. Daarvoor zijn alleen de moeder en de (vermeende) vader daartoe gerechtigd. In het kader van bewijslevering geldt: het hoeft niet per se op een DNA-test aan te komen om het vaderschap gerechtelijk vast te doen stellen. In principe is het bewijs vormvrij: als de rechtbank aan de hand van het overgelegde bewijs overtuigd is dat de vermeende vader de biologische vader is, kan de rechtbank het vaderschap vaststellen.

DNA-onderzoek: soms kosteloos, maar vaak niet

Vanwege de nieuwe feiten en omstandigheden in hoger beroep overwoog het hof dat er (alsnog) teveel onzekerheid was over de vraag of de overleden man de biologische vader van A was. Om die reden gelaste het Hof alsnog (ambtshalve) een DNA-test. De kosten speelden daarbij echter een (aanzienlijke) rol: dit kan namelijk een kostbare aangelegenheid zijn. Als een partij bij een DNA-onderzoek op basis van toevoeging (pro-deo) procedeert, dan is een DNA-test doorgaans kosteloos (art. 195 Rv en ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8101). Dit hoeft echter niet: het is m.n. afhankelijk van de vraag in hoeverre het vaderschap kan worden onderbouwd met ander bewijs. Omdat de kosten van een DNA-onderzoek kunnen variëren, kan het ook zijn dat de rechtbank de partij in de gelegenheid stelt om zelf een DNA-onderzoek te laten verrichten. Een DNA-test is overigens niet sluitend: in het verleden is eens een uitspraak vernietigd omdat bij een DNA-onderzoek bedrog was gepleegd.

Beslissing over proceskosten na einduitspraak

In deze procedure kwam het Hof tot de volgende slotsom: de moeder, die op basis van een toevoeging procedeerde, hoefde geen voorschot voor het DNA-onderzoek te storten. De kosten daarvoor waren volgens het NFI begroot op €1290,-. Naar aanleiding van het DNA-onderzoek en de einduitslag zou het Hof definitief bepalen voor wiens rekening de kosten van het DNA-onderzoek zouden komen. Ook al geldt in het personen- en familierecht dat de proceskosten tussen partijen worden gedeeld, geldt dat dus niet voor het onderzoek.

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur