Proceskostenveroordeling in het personen- en familierecht, hoe zit dat?

Een belangrijk onderdeel dat bij gerechtelijke procedures vaak aan de orde komt is de proceskostenveroordeling. Als hoofdregel geldt: de partij die in het gelijk is gesteld moet de proceskosten van de in het ongelijke gestelde partij betalen. Daarop gelden tal van uitzonderingen. In zaken betreffende het personen- en familierecht geldt als uitgangspunt dat beide partijen hun eigen proceskosten betalen. Onlangs week de rechtbank daarvan af en veroordeelde de verzoekende partij in de proceskosten. Het hof in hoger beroep besliste daarop anders. Onze advocaat personen- en familierecht bespreekt het arrest en legt uit welke aspecten relevant zijn bij de beoordeling.

Verzoek tot voorlopige voorziening

In de rechtbankprocedure ging het om een voorlopige voorziening. Een vader (hierna: de man) was de biologische vader van zijn kind en vroeg de rechtbank om een voorlopige omgangsregeling en informatieregeling vast te stellen. Het kind was namelijk erkend door de huidige partner van de moeder (hierna: de vrouw). Tussen partijen was echter (inmiddels) niet in geschil dat de man de biologische vader van het kind was.

Geschilpunten partijen

Wel was er discussie tussen de man en de vrouw over de wijze waarop het kind was verwekt. Ook verschilden zij over weer van mening over de vraag of tussen de man en het kind sprake was van ‘family life’ dan wel een ‘nauwe persoonlijke betrekking’. Nu de man als zijnde de biologische, niet-juridische vader aanspraak wenste te maken op omgang, was dit een noodzakelijke voorwaarde.

Voorlopige voorziening

Vanwege de punten van discussie tussen partijen besloot de rechtbank dat er nog onvoldoende reden was om een voorlopige omgangs- en informatieregeling vast te stellen. Er waren namelijk nog teveel onzekere punten die bij de voorlopige voorziening niet konden worden opgehelderd. De rechtbank zou om die reden eerst in een bodemprocedure daarover moeten beslissen. Alle verzoeken van de man werden daarom afgewezen en werd de man veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Hoger beroep

De man stelde daarop uitsluitend hoger beroep in tegen de veroordeling tot betaling van de proceskosten. Het hof sloot ter beoordeling aan bij art. 289 jo. art. 362 Rv. Daarin is bepaald dat bij verzoekschriftprocedures (zoals vrijwel altijd het geval bij zaken betreffende het personen- en familierecht) de eindbeschikking tevens een veroordeling in de proceskosten kan inhouden. Als uitgangspunt geldt dat het aan het inzicht van de rechter die over de feiten oordeelt, is overgelaten of hij aanleiding vindt om één van de partijen in de proceskosten te veroordelen.

Proceskostenveroordeling bij personen- en familierecht

Het hof overwoog dat in procedures op het gebied van personen- en familierecht de rechter in het algemeen besluit om de proceskosten tussen partijen te compenseren. Beide partijen dragen dan ieder hun eigen proceskosten. De rechter is echter niet verplicht om de proceskosten te compenseren. Hij kan dit doen als een van de partijen in het ongelijk is gesteld. Ook is een proceskostenveroordeling mogelijk als een procedure nodeloos is aangespannen of voortgezet. De rechter is daarbij niet gehouden aan het liquidatietarief. Ook hoeft de rechter bij die beoordeling niet te laten leiden door de vraag of één van de partijen op basis van een toevoeging procedeert.

Hof: onvoldoende aanleiding voor proceskostenveroordeling

Het hof overwoog als volgt. De man had zijn verzoeken gegrond op art. 1:337a en art. 1:377b BW. Tussen partijen was niet in geschil dat de man de biologische vader van het kind was, maar was er wel sprake van een aantal overige discussiepunten. De rechtbank had de verzoeken afgewezen, omdat – kort gezegd – de voorlopige voorziening  zich naar haar aard niet leende voor het nader onderzoeken van die discussiepunten. Ondanks dat de verzoeken van de man waren afgewezen achtte het hof dit echter onvoldoende om hem te veroordelen in de proceskosten. Tussen partijen was namelijk niet in geschil dat de man de biologische vader van het kind was. De vraag naar juridisch ouderschap, omgangsregeling en een informatieregeling diende nog gerechtelijk te worden vastgesteld, maar onder die omstandigheden achtte het hof, anders dan de rechtbank, het redelijk dat partijen hun eigen proceskosten droegen. Deze werden dus alsnog tussen partijen gecompenseerd.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur