BKR-registratie verwijderen in kort geding

Wanneer een kredietverstrekker een BKR-registratie doorgeeft aan het CKI, kunnen daar ingrijpende gevolgen aan verbonden zijn voor de kredietnemer. In de regel wordt het onmogelijk dat de kredietnemer bijvoorbeeld een hypotheek neemt. Al eerder werd geschreven dat een kredietnemer kan sommeren om een BKR-registratie te verwijderen als deze niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ook onlangs kon een kredietnemer met succes een BKR-registratie op deze grond laten verwijderen via de rechter. Onze advocaat bespreekt deze procedure en de legt de mogelijkheden uit om een registratie in kort geding te laten verwijderen.

Feiten en procedureverloop

De feiten: eiseres in de procedure, A, had in het verleden een kredietovereenkomst afgesloten bij een kredietverstrekker. Op dat krediet had zij na verloop van tijd een betalingsachterstand laten oplopen. Na het failliet van de kredietverstrekker werd de vordering overgenomen door een incassobureau. Korte tijd na de BKR-registratie wenste A met haar nieuwe partner gezamenlijk een huis te kopen. Toen zij erachter kwam dat er bij de (failliete) kredietverstrekker nog een schuld openstond van circa €300,- en de betalingsachterstand was geregistreerd bij Bureau Kredietregistratie, bood zij aan alsnog z.s.m. deze schuld te voldoen. De einddatum van de BKR-registratie met A2 codering was vastgesteld op 5 jaar met als einddatum 21 augustus 2022.

Sommaties en spoedeisendheid

Ondanks sommaties van A en ondanks haar aanbod tot betaling van de achterstallige €300,- weigerde het incassobureau de BKR-registratie ongedaan te maken. Inmiddels waren zij en haar partner bezig om een hypotheek rond te krijgen en liep het financieringsvoorbehoud met nog enkele weken te gaan, af. Indien zij de financiering niet rond zou krijgen vóór die datum, zou zij een contractuele boete verschuldigd zijn van €21.500,00.

Kort geding

In de kort gedingprocedure die daarop volgde, vorderde A dat het incassobureau per omgaande het BKR zou berichten om de BKR-registratie te (doen) verwijderen. Het primaire verweer van het incassobureau, dat A geen spoedeisend belang zou hebben (hetgeen een voorwaarde is voor het starten van een KG) wordt door de rechter verworpen. Dit komt omdat A voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op korte termijn een hypotheek moet kunnen afsluiten omdat zij anders de financiering niet rond zou kunnen krijgen.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Voor de vraag of de BKR-registratie in dit geval verwijderd kon worden, toetste de rechter of de BKR-registratie in overeenstemming was met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit is gebaseerd op art. 8 EVRM (recht op privé- en familieleven) en art. 21 AVG en houdt in dat een nationale wettelijke bepaling (zoals in dit geval de plicht om een kredietregistratie door te voeren) alleen mag als deze in redelijke verhouding tot het na te streven doel staat. Dat doel bij een BKR-registratie is om kredietnemers en kredietverstrekkers te beschermen tegen overkreditering.

Relevante aspecten bij beoordeling

De rechter oordeelde dat de BKR-registratie in dit geval geenszins in verhouding was met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dat verband betrok de rechter de volgende aspecten in zijn beoordeling:

1. A had (inmiddels) een stabiel financieel inkomen met haar partner. In het meer algemeen geldt dat een problematische financiële situatie uit het verleden geen rol behoeft te spelen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de BKR-registratie op heden;

2. A had na het ontdekken van de BKR-registratie direct contact opgenomen met Vesting Finance om alsnog de schuld te betalen;

3. De hoogte van de onderliggende schuld van de BKR-registratie (slechts €300,-) en de verhouding van het gezamenlijke jaarlijkse inkomen van A en haar partner (€66.000,-)

4. Het belang van A om de BKR-registratie verwijderd te krijgen, omdat het anders voor haar niet mogelijk zou zijn om een hypotheek te verkrijgen.

Toewijzing vorderingen

Gelet op deze aspecten stelde de rechtbank A in het gelijk en wees haar vorderingen toe. Aan zijn uitspraak verbond de rechtbank een dwangsomveroordeling van €1000,- per dag dat het incassobureau in gebreke zou blijven met het verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie bij BKR. Daarnaast werd het incassobureau veroordeeld tot betaling in de proceskosten van A.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur