Als een partij een geschil aanhangig maakt bij de rechter, kan een derde er belang bij hebben om zich ook in die procedure te mengen. Dit heet ook wel tussenkomst. Uitgangspunt is echter dat een procedure enkel tussen een eiser en de gedaagde partij wordt gevoerd, zodat een dergelijke vordering tot tussenkomst aan strenge eisen is onderworpen. Onze advocaat procesrecht bespreekt een recente zaak waarin een vordering tot tussenkomst succesvol werd ingesteld.

NS Stations en concessieovereenkomst

De feiten: JCDecaux spant in 2018 een procedure aan tegen NS Stations in verband met een overeenkomst tussen NS Stations en Exterion. NS Stations is onderdeel van het NS-concern en houdt zich bezig met het beheren en exploiteren van stations. Een van die activiteiten omvat het (doen) exploiteren van advertentiemogelijkheden op de stations. In 1998 sluit NS een concessieovereenkomst met een rechtsvoorganger van Exterion en sluit in december 2011 een nieuwe concessieovereenkomst met een looptijd tot 1 januari 2028.

Aanbestedingsplichtig?

JCDecaux is het niet eens met de wijze waarop NS Stations deze overeenkomst met Exterion heeft gesloten, omdat NS Stations vanaf medio 2011 een aanbestedende dienst is in de zin van het besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten en de Aanbestedingswet 2012. Om die reden had volgens JCDecaux NS Stations de concessieovereenkomst in 2011 met Exterion niet onderhands mogen sluiten, maar had zij de opdracht tot exploitatie moeten aanbesteden. Desondanks werd JCDecaux in die procedure in het ongelijk gesteld en oordeelde de rechter dat de concessieovereenkomst niet aanbestedingsplichtig was. Kort daarop stelt Extertion in de hoger beroepsprocedure tussen Exterion en NS Stations op 30 oktober 2018 primair een vordering tot tussenkomst in de procedure tussen NS Stations en JCDecaux en subsidiair om zich te mogen voegen aan de zijde van NS Stations.

Voldoende belang bij tussenkomst?

Het hof overweegt dat een partij in een aanhangig geding een vordering tot tussenkomst kan indienen als zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding. Dat kan onder meer zijn omdat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitspraak in de hoofdzaak, zoals bijvoorbeeld benadeling of verlies van een recht, of indien diens positie anderzijds kan worden benadeeld. Evenwel mogen de beginselen van een goede procesorde niet aan de vordering tot tussenkomst in de weg staan.

Directe gevolgen van uitkomst in hoger beroep?

De rechter wijst in deze procedure de vordering tot tussenkomst door Exterion toe op grond van het feit dat zij voldoende heeft toegelicht eigen vorderingen jegens JCDecaux in te willen stellen. Exterion stelt in dat verband een verklaring voor recht te willen vragen inhoudende dat JCDecaux haar rechten heeft verwerkt om de concessieovereenkomst uit 2011 aan te tasten. Daarnaast wenst zij -bij toewijzing van de vordering- een overgangsperiode van de concessieovereenkomst. Daardoor staat vast dat Exterion voldoende belang heeft bij tussenkomst, omdat de uitkomst van de hoger beroepsprocedure directe gevolgen voor de concessieovereenkomst uit 2011 heeft.

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

5000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Door Edward Appelman op 26 november 2018 Leestijd: 2 minutes