Het kan soms voorkomen dat het onduidelijk is wie contractspartijen zijn bij een overeenkomst. Onlangs deed deze situatie zich voor bij het gerechtshof Den Haag, waarbij een kinderopvang stelde dat een vader de openstaande factuur voor kinderopvang diende te voldoen. Hij had de overeenkomst voor de kinderopvang niet ondertekend, zijn partner wel. Onze advocaat verbintenissenrecht legt uit in onder welke voorwaarden iemand, zonder ondertekening, tóch partij kan zijn bij een overeenkomst.

Procedureverloop

In de procedure had de rechter in eerste aanleg de vordering van de kinderopvang toegewezen. De vader was in de procedure niet verschenen en de moeder had geen verweer gevoerd. Bij gebrek aan tegenspraak wees de rechtbank de vordering van de kinderopvang van ruim €10.000,- toe.

Hoger beroep

Tegen de uitspraak stelde de vader hoger beroep in. Hij was van oordeel dat hij niets verschuldigd was jegens de kinderopvang, omdat hij geen contractspartij was. Er was wel een schriftelijke overeenkomst, maar deze was ondertekend door zijn partner. Omdat de maandelijkse betalingen op een bepaald moment uitbleven, ging de kinderopvang zelf over tot opzegging van de overeenkomst. De einddatum zou zijn 1 september 2019. Via een gemachtigde van de kinderopvang werd de moeder nogmaals in gebreke gesteld en vorderde de kinderopvang betaling van het openstaande bedrag ad. €10.000,-.

Opzegging overeenkomst alleen schriftelijk mogelijk

Als verweer voerde de moeder aan dat zij de overeenkomst al eerder had opgezegd, namelijk per juli 2018. Daarom zou zij (in elk geval) niet gehouden zijn tot betaling van de maandelijkse termijnen tot en met 1 september 2018. De algemene voorwaarden bevatte echter de bepaling dat opzegging van de overeenkomst alleen schriftelijk kon. Omdat de moeder geen bewijs had overgelegd dat zij de overeenkomst schriftelijk had opgezegd, kon zij die stelling niet onderbouwen. Daarom wees de rechtbank dit verweer af.

Geen ondertekening overeenkomst door vader

Ten aanzien van de vader overwoog de rechtbank dat hij de overeenkomst van de kinderopvang niet had ondertekend. Zodoende was hij (in beginsel) geen contractpartij. Op basis van de wilsvertrouwensleer komt een overeenkomst niet tot stand als de wil van een persoon ontbreekt, tenzij er sprake is van opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen bij de wederpartij.  In deze situatie voerde de kinderopvang aan dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ook de vader contractpartij was, omdat hij de kinderen soms ook ophaalde. Ook werden met hem afspraken gemaakt als ware hij contractpartij.

Opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen

In zijn algemeenheid is het afhankelijk van de omstandigheden van het geval wanneer een beroep op opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen slaagt. Bepalend is de vraag wat partijen hebben verklaard en wat zij uit elkaars gedragingen mochten afleiden en in de gegeven omstandigheden daaruit redelijkerwijs mochten afleiden (Haviltex-maatstaf).

Toezenden facturen bepalend?

Het hof vond dat daar in dit geval niet aan voldaan was. Zo stuurde de kinderopvang de facturen alleen naar het adres van de moeder en waren de ouders niet samen woonachtig. Ook het enkele feit dat een factuur wordt verstuurd naar een partij, maakt deze nog niet tot contractspartij. Tot slot achtte het hof het ophalen van de kinderen onvoldoende. Zo waren de ouders niet getrouwd en hadden zij nooit samengewoond. Daarom mocht er niet (zonder meer) vanuit worden gegaan dat de verstrekte opdracht tot het verzorgen van de kinderopvang ook in opdracht van de vader gegeven was.

Vader geen contractpartij

Gelet op de feiten diende de moeder alsnog de openstaande factuur voor de kinderopvang tot de periode 1 september 2018 te voldoen. De vorderingen van de kinderopvang jegens de vader werden afgewezen, nu het hof van oordeel was dat hij niet kon worden aangemerkt als contractpartij.

Edward Appelman

Edward is gespecialiseerd in het personen- en familierecht. Hij adviseert en procedeert over alle facetten van het personen- en familierecht, met een focus op adoptie en voornaamswijziging. Daarnaast heeft hij een brede kennis van mediarecht.

Door Edward Appelman op 7 juli 2020 Leestijd: 3 minutes