Rechtbank wijst vordering lijfsdwang bij omgangsregeling toe

Als waarborg om een uitspraak na te komen, kan de rechtbank aan die uitspraak een dwangsom verbinden. Elke keer dat de partij zich niet houdt aan het vonnis, verbeurt deze dan aan de andere partij een geldbedrag. Een ander middel is lijfsdwang (ook wel: civiele gijzeling), al wordt dit minder vaak toegepast in verband met het ingrijpende karakter ervan. Een dwangsom moet bovendien  geen oplossing hebben geboden. Recent wees de rechtbank Oost-Brabant toch een vordering tot lijfsdwang toe in het kader van een omgangsregeling. Onze advocaat personen- en familierecht bespreekt de overwegingen die daaraan ten grondslag hebben gelegen.

Dwangsomveroordeling

De moeder was een bestaande omgangsregeling t.a.v. hun kind van bijna zeven jaar niet nagekomen. Daarop had de vader diverse procedures aangespannen. Laatstelijk had de rechtbank beslist dat de moeder een dwangsom van €500,- per dag aan de vader diende te betalen bij niet-nakoming van het vonnis.

Moeder: kind wil niet meer naar vader

Omstreeks februari 2020 ontstond een incident waarbij de vader het kind onvoorzichtig zou hebben behandeld. Daarop gaf het kind volgens de moeder aan dat hij niet meer naar de vader wilde. Onder meer: ‘Ik had hem al gevraagd of hij wilde bellen maar dat wil hij niet’ (mail van 13 maart 2020); ‘hij geeft aan dat hij niet naar jou wil’ (mail van 5 maart 2020):‘ hij geeft aan morgen niet mee te willen’ (mail van 27 februari 2020); ‘Tot op heden wil hij niet mee’ (25 februari 2020).

Kort geding

De vader startte op 16 juni 2020 een kort geding. Hij vorderde betaling van de openstaande dwangsommen wegens de niet-nagekomen omgangsregeling. In totaal ging het om acht dagen dat de moeder de omgangsregeling zou hebben geblokkeerd. De vader maakte aanspraak op een bedrag ad. €6.800.36 aan dwangsommen. Een door hem gelegd bankbeslag trof evenwel geen doel, omdat de moeder onvoldoende saldo had.

Executiegeschil

Vervolgens startte de moeder een procedure waarin zij de vader verbood om de dwangsommen te innen. Volgens haar kon zij er niets aan doen dat het kind niet meer naar de vader wilde. Als tegenvordering verzocht de man om lijfsdwang te doen toepassen. Dit lag volgens hem in de rede, nu een dwangsom kennelijk niet het gewenste effect sorteerde. De moeder had niet voldoende financiële middelen en hij had het kind al vanaf februari 2020 niet gezien.

Criteria lijfsdwang

De rechtbank overwoog dat het middel van lijfsdwang een (zeer) ingrijpend middel is. Het mag pas worden toegepast als andere, minder ingrijpende middelen geen doel hebben getroffen. In dit geval achtte de rechtbank toepassing van het middel van lijfsdwang toch legitiem. Daarbij was van belang dat de moeder niet aannemelijk had gemaakt dat zij welwillend is geweest t.a.v. de omgangsregeling. Niet gebleken was dat de moeder bereid was om de omgangsregeling te hervatten. In dit geval achtte de rechtbank het belang van de vader en de zoon bij nakoming van de omgangsregeling zwaarder te wegen dat het persoonlijke belang van de moeder. Zij werd aldus op deze manier verplicht om zich aan de omgangsregeling te houden.