Ontkenning vaderschap: hoe zit het met behoud van de geslachtsnaam?

Als een erkenning wordt vernietigd of het vaderschap wordt ontkend, heeft dat onder meer consequenties voor de familierechtelijke band en voor de geslachtsnaam van het kind. In een recente procedure bij het hof Amsterdam zag een persoon zich in dit kader geconfronteerd met een ongewenst gevolg: waar de rechtbank in haar uitspraak de ontkenning van het vaderschap – op verzoek – had ingewilligd, werd daarmee van rechtswege de geslachtsnaam van de persoon gewijzigd in die van de moeder. Hij was het daar niet mee eens en wilde de geslachtsnaam van de (niet-biologische) vader behouden. Hoe het hof daarover in hoger beroep oordeelde, bespreekt onze advocaat personen- en familierecht.

Ontkenning vaderschap door procedure in Nederland

Het ging in de procedure om een persoon die inmiddels de leeftijd van bijna 70 had bereikt. Vlak voordat zijn moeder overleed bekende ze aan haar zoon dat haar inmiddels overleden echtgenoot niet zijn biologische vader was. Omdat de zoon evenwel ten tijde van het huwelijk geboren was, had dit tot gevolg dat hij van rechtswege het juridisch kind was geworden. Toen de moeder hem dit nieuws bracht, zocht hij vanuit zijn woonplaats in de V.S. contact met een advocaat in Nederland om namens hem een procedure tot ontkenning van het vaderschap te starten. Aansluitend kon hij alsnog het vaderschap met de werkelijke biologische vader gerechtelijk doen vaststellen.

Ongewenste rechtsgevolgen verbonden aan ontkenning

Dat lukte. Bij beschikking van 5 februari 2014 van de rechtbank willigde de rechtbank het verzoek van de man in. Aansluitend kon de werkelijke biologische vader hem alsnog erkennen zodat daarmee de juridische situatie in overeenstemming werd gebracht met de feitelijke situatie. Echter bleek in de jaren daarop dat de ontkenning van het vaderschap tevens tot gevolg had dat de geslachtsnaam van de persoon in kwestie was gewijzigd in die van zijn moeder (geslachtsnaam Y). Dat had verstrekkende gevolgen: ten eerste had hij geslachtsnaam X al zijn hele leven – bijna 70 jaar – en was hij woonachtig in de V.S. Daar had hij een green card die op naam van geslachtsnaam X stond. Daar over het algemeen een dergelijke kaart al vaak vragen opwierp bij instanties, verwachtte hij dat een verandering in de geslachtsnaam Y ingrijpende consequenties met zich mee zouden brengen.

Reguliere weg tot wijziging geslachtsnaam via Justis niet mogelijk

Een daarop gericht verzoek aan dienst Justis wees niets uit: aangegeven werd dat de wet niet voorzag in de mogelijkheid dat de persoon geslachtsnaam X zou blijven behouden. Een dergelijk verzoek aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Dienst Justis) zou waarschijnlijk weinig kansrijk zijn. In dit geval moest de persoon in kwestie daarom verzoeken om alsnog in de registers te laten opnemen dat hij geslachtsnaam X zou (blijven) behouden.

Zeer bijzondere omstandigheden bij behoud oorspronkelijke geslachtsnaam

De rechtbank wees dit verzoek in eerste instantie af. Daartegen ging de man in hoger beroep en voerde voormelde bezwaren aan, namelijk dat het (zeer) bezwaarlijk was dat hij niet de geslachtsnaam X zou kunnen blijven behouden. Daarnaast had zijn echtgenote in de V.S. zijn geslachtsnaam aangenomen en zou hij zich voor vervelende consequenties gesteld zien. Problematisch was echter in deze situatie dat art. 1:5 BW – dat regelt op wanneer en op welke wijze de geslachtsnaam van een persoon komt te luiden – niet voorzag in deze (zeer unieke) situatie.

Hof: art. 1:5 BW in strijd met recht op eerbiediging van privé- en familieleven

In hoger beroep oordeelde het hof echter dat art. 1:5 BW in dit geval evenwel in strijd kwam met art. 8 EVRM, namelijk het recht op eerbiediging van privé- en familieleven. Net zoals in een aantal andere gevallen is gebleken dat de wetgever in het kader van art. 1:5 BW niet alle mogelijke scenario’s op voorhand heeft bedacht in het kader van een geslachtsnaamwijziging. In tegenstelling tot bijvoorbeeld België – waar een geslachtsnaam van een persoon als ‘laatste toets’ enkel kan worden gewijzigd met zijn toestemming – zag de man zich in dit geval geconfronteerd met een rechtsgevolg die hij bovendien op voorhand niet had voorzien. Mede gelet op die omstandigheden oordeelde het hof dat art. 1:5 BW in dit geval zogezegd in strijd kwam met art. 8 EVRM en dat de man (alsnog) het recht behield om geslachtsnaam X te blijven voeren. Zodoende werd dit alsnog aangepast in de registers van de burgerlijke stand.

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur