Recht op transitievergoeding ondanks verwijtbaar gedrag werknemer?

Ook als een werknemer een verwijt valt te maken behoudt hij zijn aanspraak op een transitievergoeding. Dat is alleen anders indien de rechter oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. De lat ligt hoog: de Hoge Raad heeft in zijn beschikking van 8 februari 2019 overwogen dat de uitzonderingsgrond een beperkte reikwijdte heeft en terughoudend moet worden toegepast. De werknemer kan zijn recht op een transitievergoeding alleen kwijtraken in uitzonderlijke gevallen waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen niet slechts als verwijtbaar maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt ECLI:HR:2019:203. In de zaak van Hof Den Haag 16 oktober 2019 ECLI:GHDHA:2019:2998 oordeelde het Hof dat het gedrag van de werknemer weliswaar verwijtbaar was, maar niet ernstig verwijtbaar. Werknemer was iemand met een kort lontje. Als hem iets werd gevraagd of als iets werd opgemerkt over zijn manier van werken dan reageerde hij steeds met veel kabaal. In de periode 2016 tot en met 2018 is het gedrag van werknemer op de werkvloer herhaaldelijk aanleiding geweest voor het voeren van gesprekken. Deze gesprekken leidden echter niet tot een gedragsverandering bij werknemer omdat hij zei zich niet ter herkennen in de kritiek op zijn gedrag. Werknemer stond daardoor ook niet open voor aanwijzingen van de werkgever ter verbetering van zijn gedrag op de werkvloer. De kantonrechter ontzegde werknemer de transitievergoeding. Hij ontbond de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding zonder toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding. Het Hof oordeelde anders: ofschoon werknemer had erkend dat hij heeft geschreeuwd, gescholden, uitgedaagd en gedreigd::  “ Veronderstellenderwijs aangenomen dat dit alles juist is – werknemer heeft een deel van de kritiek van zijn werkgever weersproken en een deel in een ander perspectief geplaatst – acht het Hof het tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen en nalaten weliswaar verwijtbaar maar is naar zijn oordeel geen sprake van een uitzonderlijk geval waarin evident is dat dit handelen en nalaten als ernstig verwijtbaar moet worden geoordeeld. Het Hof kende om die reden werknemer een transitievergoeding toe.

Eerder had de Hoge Raad op 4 mei 2018 (ECLI:NL:HR:2018:687) geoordeeld dat een werknemer die klanten uitscheldt en schoffeert niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.  Ook het buiten de werkomgeving brengen van bedrijfsgevoelige informatie levert geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op (HR 13 oktober 2017 ECLI:NL:HR:2017:2626)

Anders besliste het Hof Arnhem-Leeuwarden op 20 november 2019: het gooien van een tang naar een collega acht het Hof ernstig verwijtbaar; afwijzing transitievergoeding.  Rechtbank Midden-Nederland van 29 november 2019: het bij herhaling maken van ongepaste opmerkingen jegens vrouwelijke collega’s ernstig verwijtbaar; geen recht op een transitievergoeding (ECLI:NL:RBDHA:2019:12738).

Indien u over deze bijdrage een vraag heeft, neemt u u contact op met onze advocaat arbeidsrecht. 

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur