Rechtsvermoeden van overlijden: zo zit dat

In het kader van nalatenschappen komt het soms voor dat een (ver) familielid in geen velden of wegen te bekennen is. Is dat al sinds lange tijd het geval, dan bepaalt de wet dat belanghebbenden de rechtbank kunnen verzoeken om een rechtsvermoeden van overlijden. Dat gaat via een verzoekschriftprocedure. Wat het belang van een dergelijke verklaring is en hoe de procedure in zijn werk gaat, bespreekt onze advocaat personen- en familierecht.

Belang bij rechtsvermoeden van overlijden

Verzoeken om een rechtsvermoeden van overlijden betreffen vaak personen zoals familieleden van wie sinds lange tijd niets vernomen is. Zijn er geen contactgegevens (meer), dan kan na verloop van tijd de vraag rijzen of de persoon in kwestie nog wel in leven is. Als alles in het werk is gesteld om hem of haar te vinden geeft de rechtbank alsdan een rechtsvermoeden van overlijden af. Deze wettelijke bepaling is opgenomen om ervoor te zorgen dat wettelijke rechten en plichten die de persoon in kwestie zou hebben, kunnen worden ‘gewijzigd’ zodat belanghebbenden niet worden geconfronteerd met de eventuele negatieve gevolgen van een (bewuste) verdwijning.

Vermissing sinds 1998

In een recente procedure die deze materie duidelijk illustreert, ging het om een procedure die familieleden hadden aangespannen. Een van de verzoekende partijen, een man (hierna: A), had zijn broer sinds 1998 niet meer gezien. Omdat zijn ouders inmiddels op leeftijd waren geraakt en de broer (mede) aanspraak zou maken op de erflating, verzocht A de rechtbank om een rechtsvermoeden van overlijden. Zijn advocaat (die verplicht is in dergelijke zaken) diende een verzoekschrift in bij de rechtbank.

Rechtbank: onvoldoende zekerheid overlijden

In eerste instantie oordeelde de rechtbank dat er geen zekerheid bestond dat de broer van A was overleden. Tegen dit oordeel ging A in hoger beroep.

Verkeerde interpretatie bewijsstukken?

Voor het Hof stelde A zich op het standpunt dat de rechtbank de processtukken verkeerd had geïnterpreteerd. A had namelijk bij de rechtbank een afschrift uit de basisregistratie personen overgelegd, waarin stond vermeld dat de broer van A per datum x ‘met onbekende bestemming’ was vertrokken. De rechtbank had dat ten onrechte zo opgevat, dat de broer zich zou hebben laten uitschrijven. Het onderzoek van de gemeente wees uit dat de broer per datum x niet meer op het betreffende adres woonachtig was maar dat maakte niet dat de broer dan nog in leven zou zijn geweest.

Omstandigheden overlijden

Dit alles maakte volgens A dat het daarom (zeer) waarschijnlijk was dat zijn broer was overleden. Hijzelf, noch zijn familie had sinds 1998 iets van hem vernomen. Bovendien waren er in het verleden onderzoeken geweest door de politie en een privédetective die leidden tot de veronderstelling dat er in het verleden naar alle waarschijnlijkheid sprake is geweest van een afrekening in het criminele circuit. Overige bewijsstukken waren niet voorhanden, maar dat hoefde ook niet: het overlijden van de persoon in kwestie hoeft ook niet onomstotelijk vast te staan.

Termijn voor aanvraag rechtsvermoeden van overlijden

Het hof ging mee in het betoog van A (en de familie) en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Het hof overwoog (in het algemeen) dat belanghebbenden een rechtsvermoeden van overlijden kunnen aanvragen als er 5 jaar (aantoonbaar) niets van een persoon is vernomen. Is iemand officieel vermist, dan bedraagt deze termijn 1 jaar. Daarnaast moeten er omstandigheden worden gesteld waaruit aannemelijk is geworden dat de (vermiste) persoon is overleden. Het enkele feit dat van een persoon niets meer is vernomen is op zichzelf niet voldoende, daar dit anders misbruik in de hand zou werken.

Oproeping Staatscourant

Als aan  voornoemde voorwaarden voldaan is, dan kan de persoon tegenbewijs leveren door alsnog in de procedure te verschijnen. In deze procedure plaatste het Hof – zoals doorgaans gebruikelijk – een bericht in de Staatscourant waarin de broer van A officieel werd opgeroepen om tegen een bepaalde datum en tijdstip te verschijnen. Indien de broer alsdan niet op komt dagen, dan zal het Hof – zoals zij overwoog in haar uitspraak – overgaan tot het afgeven van een rechtsvermoeden van overlijden.

Advocaat personen- en familierecht

Indien u bijstand zoekt van een advocaat in bovenstaande materie of bij overige onderwerpen in het personen- en familierecht, neemt u contact met ons op.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur