Ontslag op staande voet wegens fraude: recht op transitievergoeding?

Bij een ontslag op staande voet kan een werknemer in beginsel geen aanspraak maken op een transitievergoeding. Zulks kan wel, maar is uitzonderlijk. Daarentegen dient de werkgever bij een ontslag op staande voet formaliteiten in acht te nemen op straffe van vernietiging van het ontslag. Wat die voorwaarden zijn en in welke gevallen de werknemer alsnog aanspraak kan maken op een transitievergoeding, legt onze advocaat arbeidsrecht uit aan de hand van een recente uitspraak.

Examenfraude

De feiten: verzoeker, A, was vanaf 1 maart 1990 tot 17 juli 2018 in dient als docent op het Horizon College. Op een bepaald moment wordt geconstateerd dat de docent zich schuldig maakt aan examenfraude. Zo laat hij bij het examen ‘Drankenkennis’ wijzigingen aanbrengen in de antwoorden teneinde die leerlingen alsnog te laten slagen en liet die examens indienen als te zijnde gemaakt door de leerlingen. Nadien constateert een medewerker van de school op 11 juli 2018 een kleurverschil in pen op de antwoordvellen, waarna hij navraag doet bij de leerlingen. Die ontkennen de wijzigingen zelf te hebben aangebracht, waarna de medewerker besluit het te melden bij de directeur van de school. De betrokken docent zelf geeft aan niet op de hoogte te zijn van de wijzigingen, maar dat hij desgevraagd eerst op 17 juli 2018 beschikbaar is voor een gesprek om overleg te voeren. Daarop schakelt de directeur bureau International Security in en laat een extern en onafhankelijk onderzoek instellen naar de vermeende examenfraude.

Ontslag op staande voet

In de daaropvolgende gesprekken tussen de docent en de hiervoor genoemde medewerker en International Security erkent de docent op 17 juli 2018 dat hij examenfraude heeft gepleegd door alsnog de examenresultaten van drie van de vier leerlingen aan te passen zodat zij geslaagd zouden zijn. Diezelfde middag wordt de docent op staande voet ontslagen.

Rechtsgeldigheid: formaliteiten niet in acht genomen?

In de procedure bij de rechtbank tracht de docent het ontslag aan te vechten en verzoekt het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. Daarbij stelt hij zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou zijn gegeven, omdat de school de daarvoor geldende formaliteiten niet in acht heeft genomen.

Voorwaarden voor ontslag op staande voet

De rechter stelt voorop dat een ontslag op staande voet alleen rechtsgeldig is indien de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden. Aldus is het onverwijld geven van het ontslag een voorwaarde. Mede afhankelijk daarvoor is het tijdstip waarop degene die bevoegd was het ontslag te geven, kennis heeft genomen van de dringende reden tot ontslag. In dit geval zou dat de vermeende examenfraude zijn. Daarbij wordt de werkgever wel in staat gesteld nader onderzoek in te stellen of bewijs te verzamelen, zodat wordt voorkomen dat een werknemer naar achteraf blijkt onterecht ontslagen is.

Dringende reden voor ontslag?

In deze procedure heeft de school eerst een onderzoek laten instellen naar de vermeende examenfraude. De rechter stelt vast dat de directeur daarbij voortvarend heeft gehandeld, omdat de tijdsperiode tussen 12 juli en het ontslag op 17 juli noodzakelijk was om noodzakelijk onderzoek te doen. Ten tweede stelt de rechter dat er sprake is van een ‘dringende reden’ voor ontslag, zodat ook aan die voorwaarde voor het ontslag op staande voet is voldaan. Van een dringende reden voor ontslag op staande voet kan onder meer sprake zijn bij ‘zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.’ Ook kan er sprake zijn van een dringende reden als de werknemer grovelijk de plichten uit de arbeidsovereenkomst veronachtzaamt. Overigens zijn voor de beoordeling daarvan alle omstandigheden van het geval van belang.

Nadere omstandigheden voor dringende reden

Voor de vraag of er sprake is van een dringende reden dient de aard en ernst van het onderliggende feit tot ontslag te worden bekeken, de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer de arbeid heeft vervuld en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij kunnen onder meer zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem heeft worden betrokken. Ook bij ingrijpende persoonlijke omstandigheden kan een ontslag op staande voet evenwel rechtsgeldig worden gegeven.

Recht op transitievergoeding?

In de procedure oordeelt de rechter dat de examenfraude een dringende reden voor ontslag oplevert. De werkgever heeft bovendien alle formaliteiten voor het ontslag op staande voet in acht genomen, zodat de rechter dit in stand laat. Ten aanzien van de aanspraak van de werknemer op een transitievergoeding, oordeelt de rechter dat alleen geen recht bestaat op een transitievergoeding als er sprake is van een ‘ernstig verwijtbare gedraging’. Een dringende reden voor ontslag levert niet per definitie de conclusie op dat hiervan sprake is. Gelet echter op voornoemde feitencomplex oordeelt de rechter echter dat het handelen van de docent valt te kwalificeren als ‘ernstig verwijtbare gedraging’, zodat hij geen recht heeft op een transitievergoeding.