Gezag

Gezag (ook wel: wettelijk gezag of ouderlijk gezag) is het gezag dat meerderjarige ouders over een minderjarig kind mogen en moeten uitoefenen.  Degene die het gezag uitoefent wordt de wettelijk vertegenwoordiger genoemd.

Wettelijk vertegenwoordigers -die aldus met het gezag over een kind zijn belast- zijn bevoegd om belangrijke beslissingen te nemen die het kind aangaan. Zoals naar welke school het kind gaat. Gezag stopt zodra het kind de meerderjarige leeftijd bereikt.

Gezag kan, naast natuurlijk ouderschap, ook worden verkregen door voogdij. In dat geval wordt het gezag uitgeoefend door andere personen dan de biologische ouders. Daarnaast kan gezag op de volgende manieren worden verkregen:

  1. Getrouwde ouders of ouders met een geregistreerd partnerschap, ook indien het kind een jaar na beëindiging van het huwelijk of partnerschap wordt geboren;
  2. Bij scheiding blijven beide ouders het gezag behouden, tenzij het gezag aan één ouder wordt toegekend;
  3. Als partners samenwonen, oefenen zij beiden het gezag uit. Voor de vader is wel vereist dat hij het kind erkend heeft;
  4. Bij stiefouderschap, in dat geval kan er sprake zijn van gezamenlijk gezag.

Wetsartikel Art. 1:245 e.v. BW
Synoniemen Wettelijk gezag, ouderlijk gezag