In een civiele dagvaardingsprocedure dient een partij in het kader van art. 150 Rv te stellen en zo nodig bewijs te leveren om de in te roepen rechtsgevolgen in het leven te roepen. Daarbij geldt het adagium ‘wie stelt, bewijst’, ook al wordt meer juist geacht: wie moet stellen, moet bewijzen. Om voornoemde rechtsgevolgen in het leven te roepen is niet enkel voldoende om in een dagvaarding naar producties te verwijzen, zo bleek uit een recente procedure bij de rechtbank Amsterdam. Een partij had een uitvoerige dagvaarding met producties uitgebracht, maar had daarbij vrijwel niet toegelicht ter onderbouwing van welke stellingen deze dienden. Op grond daarvan wees de rechtbank de vorderingen af. Onze advocaat procesrecht over deze uitspraak en de wegwijsplicht van partijen. 

Procedureverloop

In de procedure ging het om een geschil tussen twee eiseressen en vier gedaagden. Eiseres 1 was eigenaar van een vastgoedportefeuille waarvan eiseres sub 2 de beheerder was. Gedaagde 1 was in de periode van oktober 2009 tot november 2017 in dienst van eiseres 2. Door middel van een gerechtelijke beschikking werd diens arbeidsovereenkomst voortijdig ontbonden.

Verklaring voor recht inzake onrechtmatig handelen en/of wanprestatie

Gedaagde 2 was in de periode van januari 2013 tot mei 2017 werkzaam als adviseur voor eiseres sub 2.  In 2019 spanden eiseres 1 en 2 een rechtszaak aan tegen gedaagden 1 tot en met 4. De vorderingen behelsden schadevergoeding op basis van wanprestatie en/of onrechtmatige daad. Na eiswijziging vorderden zij een verklaring voor recht dat gedaagden tezamen dan wel afzonderlijk onrechtmatig hadden gehandeld jegens hen.

Stellingen in dagvaarding: geen nadere onderbouwing maar verwijzing naar producties

De door eiseressen uitgebrachte dagvaarding bevatte slechts een summiere onderbouwing van het feitencomplex. Zo werd onder meer gesteld: De gedragingen van gedaagden, namelijk het laten verrichten van de werkzaamheden door aannemers van [eiseres sub 2] en het aannemen van onderhandse betalingen in ruil voor opdrachten, kunnen niet anders dan worden uitgelegd als een onrechtmatige daad jegens eiseressen en in het geval [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als wanprestatie.” Voor het overige bevatte de dagvaarding geen nadere onderbouwing die deze stelling ondersteunde of welke feiten en omstandigheden het standpunt zouden kunnen ondersteunen dat er sprake zou zijn van wanprestatie en/of onrechtmatige daad.

Conclusie van repliek ter onderbouwing toegelaten?

Vlak voor de mondelinge behandeling ter zitting stuurde eiseressen nog een 20-tal producties, die toezagen op de gestelde schade. Tijdens de mondelinge behandeling ter zitting verzocht de raadsman van eiseressen nog om een conclusie van repliek te mogen nemen om de vordering nader te kunnen onderbouwen en de relevantie van de producties toe te lichten. Gedaagden maakten hiertegen bezwaar.

Rechtbank: producties kunnen niet dienen ter vervanging van stellingen

De rechtbank oordeelde – alvorens op de stellingen van eiseressen in te gaan – dat producties ter ondersteuning van stellingen kunnen dienen, maar dat ze deze niet kunnen vervangen. Een procespartij dient een vordering te gronden op heldere en toetsbare stellingen en deze te onderbouwen met producties. Een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dient dit zodanige wijze te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd.

Wegwijsplicht van partijen bij overlegging producties

Het voorgaande leidde ertoe dat de rechtbank de vorderingen van eiseressen afwees. Al in 1993 bepaalde de Hoge Raad in een arrest dat een partij niet kan volstaan met verwijzing naar producties en dat partijen een wegwijsplicht hebben. Dit is om te voorkomen dat de rechtbank zelfstandig producties moet onderzoeken om na te gaan welke feiten relevant zijn ter onderbouwing van een stelling en uit de producties eventueel te destilleren welke stellingen de partij had kunnen en moeten innemen ter motivering van haar vorderingen. Kenmerkend in deze zaak was dat eiseressen als productie een verzoekschrift van 55 pagina’s hadden overgelegd en niet hadden aangegeven wat de relevantie van die procedure was voor deze procedure.

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

5000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Door Edward Appelman op 12 december 2019 Leestijd: 3 minutes