Hof verleent moeder vervangende toestemming tot verhuizing

Als ex-partners met kinderen uit elkaar gaan, dan komt het vaak voor dat een van hen wilt verhuizen. In het geval de kinderen hoofdverblijf bij de verhuizende ouder hebben, dan moet de andere ouder daarvoor in principe toestemming verlenen. Omdat het vaak gevolgen kan hebben voor de bestaande zorg- of omgangsregeling, wordt om die reden niet altijd een akkoord gegeven. In dat geval kan de ouder een verzoek indienen bij de rechtbank tot het verkrijgen van vervangende toestemming. Hoe dit in zijn werk gaat, illustreert onze advocaat personen- en familierecht aan de hand van een recente uitspraak.

Vervangende toestemming tot verhuizing

Vervangende toestemming voor een verhuizing is noodzakelijk omdat de kinderen alsdan officieel worden ingeschreven op het nieuwe adres van de verhuizende ouder. Daarnaast dient de ouder in veel gevallen een verzoek tot vervangende toestemming om de kinderen op de oude school te mogen uitschrijven en de kinderen te inschrijven op de school in de nieuwe plaats. Bij een adreswijziging gaat het in dergelijke gevallen om wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen.

Hoger beroep

Dit gebeurde ook in de hier te bespreken casus. Het ging in de zaak om een hoger beroepsprocedure bij het hof Amsterdam. In eerste aanleg bij de rechtbank had de vrouw verzocht om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te mogen verhuizen van plaats Y naar plaats X, maar de rechtbank wees dat verzoek af.

Zwaarwegend belang bij verhuizing?

In de hoger beroepsprocedure stelde de vrouw zich op het standpunt dat zij een (zeer) zwaarwegend belang had om te mogen verhuizen. Zij had de nieuwe koopwoning reeds gefinancierd en wilde deze met haar nieuwe partner betrekken. In het verleden waren de kinderen tweemaal verhuisd en ze hebben toen laten zien dat ze snel kunnen wenen aan een nieuwe woonomgeving. Tot slot had de vrouw zelf een sterk belang bij verhuizing, omdat ze na de echtscheiding met de man continue het gevoel had in een onrustige omgeving te wonen. Zij wilde om die reden een nieuw bestaan kunnen opbouwen in plaats X. Zij verzocht het hof om deze reden in hoger beroep om niet alleen vervangende toestemming te krijgen om de kinderen te mogen inschrijven in plaats X, maar om hun ook te mogen uit- en inschrijven op respectievelijk de oude en nieuwe school.

Hof: belangenafweging volgens vaste jurisprudentie

Het hof overwoog als volgt. Als de ouders een verschil van mening hebben over de vraag of een van hen met de kinderen mag verhuizen, moet er een belangenafweging plaatsvinden. Daarbij moet de rechter allereerst de belangen van de kinderen voor ogen houden. Daarnaast moet de rechter een aantal specifieke omstandigheden meewegen, die altijd een rol spelen bij de belangenafweging. Dit betreffen onder meer: de noodzaak om te verhuizen, of de verhuizing goed is voorbereid, of daarover overleg is gevoerd met de andere ouder en wat de gevolgen van de verhuizing zijn voor de lopende zorgregeling.

Hof: recht van ouder op nieuw leven met de kinderen

Daarnaast nam het hof in de beoordeling mee, dat elke ouder in beginsel het recht heeft om zijn of haar leven met de kinderen in te richten op een manier die hem of haar goed lijkt. Hieronder valt ook de vrijheid om met de kinderen op een andere plek te gaan wonen. Als de andere ouder echter door de verhuizing beperkt wordt in diens leven met de kinderen, moeten er meer omstandigheden zijn die deze beperking rechtvaardigen.

Vervangende toestemming

Het hof liet de belangen van de vrouw in deze zwaarder wegen en verleende haar (alsnog) vervangende toestemming om te mogen verhuizen. Wel nam het hof mee dat de vrouw onzorgvuldig had gehandeld door de kinderen al op voorhand in de verhuizing te betrekken zonder dat zij toestemming van de man of de rechtbank had gekregen. Dat viel haar volgens het hof aan te rekenen. Wel was gebleken dat de kinderen hiervan geen hinder hadden ondervonden, omdat de kinderen ook achter de verhuizing stonden. Uit niets – tevens niet het raadsonderzoek – was gebleken dat de kinderen een (nieuwe) verhuizing niet zouden aankunnen. Tot slot was van belang dat de vrouw op een nieuwe afstand van 30 minuten van de vader zou komen te wonen, zodat er maar beperkte gevolgen zouden zijn voor de bestaande zorgregeling.

Slotsom

Alles overwegende was het hof daarom van oordeel dat het belang van de vrouw en de kinderen bij verhuizing zwaarder woog. Het hof verleende haar daarom vervangende toestemming tot verhuizing alsmede vervangende toestemming om de kinderen te mogen inschrijven op de nieuwe school in plaats X.

Niet in alle gevallen heeft een ouder toestemming nodig om met de kinderen te verhuizen. Hiervoor zij verwezen naar de blog Wanneer heb je als verhuizende ouder toestemming nodig van de andere ouder?