Voorwaarden voor ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag

Als er sprake is van gezamenlijk gezag, kan de Raad voor de Kinderbescherming onder voorwaarden het gezag van een ouder beëindigen. Dit gaat via een procedure bij de rechtbank. Onder welke voorwaarden de rechtbank dat verzoek toewijst, legt onze advocaat personen- en familierecht uit aan de hand van een recente uitspraak.

Verzoek van ouders

Het ouderlijk gezag kan in principe op twee manieren eindigen: door een verzoek door de RvdK of door de ouders zelf. Doen de ouders dit zelf? Dat heet een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag. Als de RvdK dit doet, dan is er sprake van een gezagsbeëindigende maatregel. In dit laatste geval is er vaak sprake van schrijnende gezinsproblematiek. Bureau Jeugdzorg kan dan een melding doen bij de RvdK. Die besluit dan eventueel het verzoek in te dienen bij de rechtbank.

Eenhoofdig gezag

Verzoekt een van de ouders om het gezag te wijzigen? Dan kan dat leiden tot eenhoofdig gezag. De andere ouder kan na verloop van tijd verzoeken om weer met het gezamenlijk gezag te worden bekleed. In de eerste situatie wordt het gezag van de ouder feitelijk beëindigd, maar is er geen sprake van een ontheffing of ontzetting uit de ouderlijke macht. In feite komt dit wel op hetzelfde neer.

Voorwaarden tussen beide procedures

De voorwaarden tussen beide procedures zijn daarentegen wel verschillend. Als een ouder het verzoek doet, dan is dat meestal omdat de andere ouder geen rol speelt in de zorg en opvoeding. De hoofdregel van de wetgever is echter dat ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen. Ouders kunnen het gezag wijzigen als zij nog bij elkaar wonen, maar meestal gaat het echter om ouders die uit elkaar zijn. Die ouder kan dan een verzoek indienen om het gezag te wijzigen. De rechtbank toetst dan aan het klemcriterium.

Beëindiging gezag door Bureau Jeugdzorg

Ontzetting uit de ouderlijke macht is vaak de laatste fase. Het gaat dan vaak om schrijnende gezinssituaties, waarbij een of beide ouders kampen met persoonlijke problemen. Als zij door die problematiek niet in staat zijn het gezag uit te oefenen, komt Bureau Jeugdzorg eraan te pas. Als één van de ouders het gezag (tijdelijk) niet kan uitoefenen, zal de rechtbank meestal de andere ouder met het gezag belasten. Daarover zal de Raad voor de Kinderbescherming dan eerst een advies uitbrengen. Overigens kan dit ook als de ouders nooit het gezamenlijk gezag hebben aangevraagd. In dat geval onderzoekt de rechtbank of de andere ouder het gezag kan bekleden. Kan de ouder dat niet, dan wordt meestal een derde zoals Bureau Jeugdzorg met het gezag bekleed. Dat heet dan ook wel voogdij. Ook dat is in veel gevallen pas de laatste fase, waaraan een traject tot ondertoezichtstelling van het kind al voorafgegaan is.

Gezinsproblematiek

Bij de meer ingrijpende gevallen wordt het kind zoals gezegd onder toezicht gesteld. De rechtbank kan die ondertoezichtstelling jaarlijks verlengen. Als deze oplossing niet afdoende is, kan de rechtbank besluiten om het kind uit te plaatsen. Het kind wordt dan bij een familielid of een pleeggezin geplaatst. De ouders kunnen dan wel het gezag blijven uitoefenen, maar meestal wordt dit gelijktijdig met de uithuisplaatsing beëindigd. De ouders verliezen dan het ouderlijk gezag. Zij kunnen na verloop van tijd een verzoek indienen om dit terug te krijgen, maar dat wordt zelden gehonoreerd. Alleen als de onderliggende problematiek verholpen is, heeft dit pas een reële kans van slagen.

Beëindiging gezag door verzoek rechtbank

Het is aan Bureau Jeugdzorg om te toetsen of het wenselijk is dat een of beide ouders uit het gezag ontzet worden. De Raad voor de Kinderbescherming dient dan een verzoek in bij de rechtbank. In dat geval stelt de wet een aantal voorwaarden voor de gezagsbeëindiging. Er moet sprake zijn van een situatie waarin het kind ernstig in zijn of haar ontwikkeling wordt bedreigd. In alle gevallen wordt de ouder nog een kans geboden om zijn of haar verantwoordelijkheid te dragen. Dat geldt echter alleen als er naar verwachting binnen een aanvaardbare termijn verbetering in de situatie komt. Ook kan de rechtbank het gezag beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. Bijvoorbeeld als er sprake is van misdragingen.

Procedure

In de procedure waar het hier om ging, werd de vader uit het ouderlijk gezag ontheven. De moeder was in 2017 overleden. Vanwege (ernstige) gezinsproblematiek werd het kind eerder al onder toezicht gesteld. Aansluitend werd het gezag van de vader beëindigd en werd Bureau Jeugdzorg als voogdes aangesteld. De vader was het daar niet mee eens en ging tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep.

Belangen kind

Het hof ondersteunde het oordeel van de RvdK en Bureau Jeugdzorg, dat het gezag bij Bureau Jeugdzorg behoorde te blijven. De reden daarvoor was dat er sprake was van een belaste voorgeschiedenis. In de jonge jaren van het kind was er sprake van een onveilige en onvoorspelbare opvoedsituatie. Daardoor dreigde het kind ernstig in haar sociaal-emotionele ontwikkeling te worden geschaad. Een terugplaatsing bij vader was niet mogelijk, omdat hij onvoldoende opvoedingsvaardigheden had om bij het aan te kunnen sluiten. Het kind verbleef in een pleeggezin en kreeg daar alles wat zij feitelijk nodig had om zich te kunnen ontwikkelen.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur