Negatieve houding op de werkvloer? Dat kan leiden tot een verstoorde arbeidsrelatie

Werkgever dient een verzoek in tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het feit dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Al jaren is er sprake van een negatieve werkhouding van de werknemer en heeft dit geleid tot een negatieve invloed op de werkvloer. Onze advocaat arbeidsrecht bespreekt deze uitspraak van de rechtbank.

Onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie

De werkgever liet in de procedure de keuze voor de grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst over aan de kantonrechter. Die stelde vast dat er sprake was van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie, omdat de door de werkgever aangevoerde verbetertrajecten geen vruchten hadden afgeworpen. Het eerste verbetertraject had plaatsgevonden in 2015. Daarna kreeg de werknemer nog enkele negatieve beoordelingen, maar besloot de werkgever desondanks om de situatie een tijd aan te zien.

Vertrekregeling of ontbindingsprocedure

De werknemer werd nadien onder  de leiding van een andere leidinggevende geplaatst. Dit had echter geen positieve resultaten tot gevolg. Omdat de werknemer ook niet onder leiding van andere leidinggevenden kon werken, was de werkgever van mening dat er een onwerkbare situatie was ontstaan. De werkgever ging met de werknemer in gesprek en bood hem de keuze om een vertrekregeling te accepteren, of anders zou de werkgever een ontbindingsprocedure aanhangig maken.

Oordeel kantonrechter

Naar het oordeel van de kantonrechter had de werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er zich na de verbetertrajecten incidenten hadden voorgedaan die ertoe hadden geleid dat de werkgever in redelijkheid de arbeidsovereenkomst niet kon laten voortduren. De werkgever had na de periode van 29 november 2017 geen enkel gesprek gevoerd met de werknemer over zijn functioneren of diens werkhouding. Ondanks dat de werknemer vóór de periode van 29 november 2017 een aantal keer op zijn functioneren is gewezen, heeft de werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de problemen na de wissel van leidinggevende zouden zijn toegenomen.

Inspanningen negatieve werkhouding

De werkgever had volgens de kantonrechter onvoldoende inspanningen verricht om de negatieve verhouding tussen de werknemer en diens leidinggevende te verbeteren. In plaats daarvan had de werkgever de werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden en op dezelfde datum een ontbindingsverzoek ingediend. De rechter was van mening dat de werkgever, in tegenstelling tot de werknemer, onvoldoende acties ondernomen om de verhoudingen op de werkvloer te verbeteren. Omdat dit nalaten de werkgever zwaar viel aan te rekenen, was de kantonrechter van oordeel dat er sprake was van ernstig verwijtbaar handelen dan wel nalaten aan de zijde van de werkgever.

Billijke vergoeding en transitievergoeding

Nu sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding, die voor het overgrote deel te wijten viel aan de schuld van de werkgever, kwam de werknemer in aanmerking voor een billijke vergoeding. De hoogte hiervan dient in verhouding te staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever. Verder komt het aan op een beoordeling van alle relevante omstandigheden van het geval, zo oordeelde de Hoge Raad vorig jaar. De werknemer kreeg een billijke vergoeding toegewezen van €75.000 en een transitievergoeding van €36.973,64.

Dossiervorming en verslaglegging

Uit het voorgaande blijkt dat het voor een werkgever van essentieel belang is om een goed personeelsdossier bij te houden. Als de werkgever op deze wijze haar stellingen in de procedure had kunnen onderbouwen, was het oordeel van de kantonrechter wellicht anders geweest. Aan de andere kant blijkt ook dat het voor de werknemer van essentieel belang is om inspanningen te verrichten opdat de werkverhouding goed blijft.

Bel mij terug