Een BKR-registratie kan zeer ingrijpend zijn. In een recente procedure werden een vrouw en haar partner daarmee geconfronteerd. Zij hadden een inkomen dat ruimschoots voldoende was om een hypotheek op een huis te verkrijgen, maar wegens een relatief kleine betalingsachterstand wegens een schuld in het verleden werd hen de hypotheekaanvraag geweigerd. In de daaropvolgende procedure oordeelde de rechter dat de BKR-registratie zijn doel voorbij schoot en daarom diende te worden verwijderd. Onze advocaat verbintenissenrecht bespreekt deze zaak.

Geschillencommissie BKR of civiele rechter

Als een kredietverstrekker een verzoek tot verwijdering afwijst, dan kan de kredietnemer naar de geschillencommissie BKR. In de praktijk blijkt zulks echter niet vaak kansrijk: de geschillencommissie BKR wijst over het algmeen slechts 10% van de verzoeken toe tegenover 80% van de verzoeken bij de civiele rechter. Een kredietnemer hoeft bij een afwijzende reactie dan ook niet direct naar de geschillencommissie, maar kan zich in principe altijd wenden tot de civiele rechter. Dat kan via een kort geding of een bodemprocedure. In het eerste geval moet er sprake zijn van spoedeisendheid. Daarvan kan onder meer sprake zijn als de koopovereenkomst al is getekend en het financieringsvoorbehoud afloopt.

Praktijkcasus

In de in deze blog te bespreken praktijksituatie wees de rechter een verzoek tot verwijdering toe op grond van voornoemde belangenafweging. De feiten waren daarbij als volgt: een vrouw, A, had op 9 juni 2009 een kredietovereenkomst gesloten met een bank. Zij leende uit hoofde daarvan een bedrag van €4000,-. In de kredietovereenkomst was bepaald:

“De Bank is verplicht een achterstand in de nakoming van de betalingsverplichtingen uit hoofde van de overeenkomst  van meer dan negentig dagen te melden bij BKR”. 

Bij brief van 28 juli 2015, 26 augustus 2015 en 17 september 2015 werd aan haar medegedeeld dat zij een aantal maandbedragen niet had betaald. Daarop heeft de bank gesommeerd tot onmiddellijke betaling van €400,- (vierhonderd). Als zij de betalingsachterstand niet op tijd zou voldoen, zou de bank een BKR-registratie doorgeven.

Incassobureau en betalingsachterstand

A bleef echter in gebreke met betaling. De bank schakelde daarop een incassobureau in. Die trachtte de openstaande vordering op A te verhalen. Daarop ondernam A actie en stelde het incassobureau ervan op de hoogte dat zij niet wist dat er een betalingsachterstand was. De reden daarvan was, zo maakte zij het incassobureau duidelijk, dat zij de brieven van de bank nooit had ontvangen, wat mogelijk kwam omdat zij regelmatig in Luxemburg verbleef voor werk. Zij ontkende echter niet dat een aantal betalingen te laat waren verricht: daarvoor voerde zij als verklaring aan dat de automatische incasso niet liep van een rekening waarop zij haar salaris gestort kreeg en wat tot gevolg had gehad dat een aantal betalingen soms met enige vertraging hadden plaatsgevonden. Zij voldeed alsnog per direct het volledige restant aan het incassobureau en de bank en meende dat daarmee de zaak afgedaan was.

BKR-registratie

Dat bleek echter niet het geval. Op 7 mei 2018 kocht A samen met haar partner een huis ten bedrage van €642.000,-, maar kreeg al snel te horen dat er de desbetreffende BKR-registratie nog steeds op haar naam stond. De bank weigerde echter desgevraagd de BKR-registraties te verwijderen, waardoor A geen hypotheek verkrijgen.

BKR-registratie juist doorgegeven?

De rechter kwam in de procedure tot het oordeel dat de bank in beginsel juist had gehandeld door de BKR-registratie door te geven: dit ondanks dat de brieven A niet hadden bereikt. Dit kwam volgens de rechter namelijk voor haar risico, omdat zij op grond van art. 14 van de Algemene Bankvoorwaarden haar verhuizing naar Luxemburg kenbaar had moeten maken. Wél oordeelde de rechter dat de BKR-registratie -mede gelet op art. 21 van de AVG- disproportioneel was. De reden daarvoor was onder het relatief lage bedrag van de BKR-registratie en dat A en haar echtgenoot een gezamenlijk jaarinkomen hadden dat ruimschoots voldoende was om een hypotheek te verkrijgen. Gelet daarop was het belang van bescherming van de vrouw en haar partner tegen overkreditering hier niet aan de orde en veroordeelde de rechter de bank dan ook om binnen 2 werkdagen na betekening van het vonnis om de BKR-registratie te verwijderen.

Advocaat bij BKR-registratie

De advocaat BKR-registratie van Advocatenkantoor Appelman heeft geruime ervaring met het verwijderen van BKR-registraties. In het overgrote deel van de gevallen kan dit buiten rechte worden bewerkstelligd. Indien nodig, kan een kort geding of bodemprocedure worden gestart. Wordt een gerechtelijke procedure gestart? Dan is het van evident belang dat de vorderingen deugdelijk worden onderbouwd. Bij een terechte verwijdering kunt u aanspraak maken op een proceskostenveroordeling van de wederpartij.

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

5000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur

Door Edward Appelman op 26 november 2018 Leestijd: 3 minutes