Verkeersrecht

Het verkeersrecht is een lex specialis van het algemeen strafrecht. Het omvat in beginsel delicten op grond van art. 5 en 6 Wegenverkeerswet. Hieronder vallen vrijwel alle delicten die verband houden met snelheidsovertredingen, rijden onder invloed en  aan het verkeer en ongevallen/gevaar op de weg. Aangezien het in dit soort zaken vaak niet zozeer gaat om opzettelijke gedragingen, maar meer om een bepaalde mate van onvoorzichtigheid, is deskundige bijstand van een advocaat geboden.

Situaties waaraan u kunt denken in het geval van verkeersrecht is niet alleen strafrechtelijk gerelateerd, maar ook aan uw rol in een verkeersongeval met letsel of indien u een bepaalde gevaarlijke situatie in het verkeer heeft veroorzaakt. Deze delicten kunnen ingrijpende gevolgen hebben. Soms kan op verzoek van het CBR een onderzoek worden uitgevoerd naar uw geschiktheid een auto of een motor te besturen. Een dergelijke invordering is niet altijd rechtmatig.

Overigens is overtreding van art. 5 WVW is een relatief licht vergrijp, dat wil zeggen dat er op overtreding ervan maximaal twee maanden gevangenisstraf staat en/of een geldboete. Als bijkomende straf kan ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd voor de duur van twee jaar. In het geval van recidive (herhaling) wordt deze ontzegging verhoogd naar vier jaar.

Artikel 6 Wegenverkeerswet

Overtreding van artikel 6 WVW kwalificeert als een misdrijf. Ingeval onzorgvuldig rijgedrag de dood van een ander ten gevolge heeft wordt volgt een gevangenisstraf van maximaal drie jaar en/of een geldboete van de vierde categorie. Als er sprake is van lichamelijk letsel is deze straf maximaal een jaar en zes maanden. Indien het gaat om roekeloos rijgedrag wordt de straf verhoogd naar zes jaar ingeval het rijgedrag de dood van een ander ten gevolge heeft dan wel drie jaar ingeval van letsel. Rijden onder invloed en/of roekeloos rijden (bijvoorbeeld geen voorrang verlenen, excessieve snelheidsovertredingen of gevaarlijk inhalen) wordt aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid.

Voorbeeld:

Meneer B. rijdt met drie maal de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol op achter het stuur. Hij bestuurt een vrachtwagen en vergeet daarbij zijn achterlichten aan te zetten. Hij houdt 60 kilometer/h op de snelweg aan daar waar hij 120 kilometer/h mag. Een achterliggende auto komt met de toegestane snelheid aangereden maar ziet de vrachtwagen te laat, waardoor deze vol op de achterzijde botst. De bestuurder komt daarbij om het leven. Meneer Akersloot wordt roekeloos rijgedrag ten laste gelegd en het feit dat hij teveel alcohol op had wordt aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid.

Op de site van rechtspraak.nl (p. 11) staan de richtlijnen betreffende de strafsancties bij respectievelijk alcoholgebruik, aanmerkelijke schuld, ernstige schuld dan wel zeer hoge mate van schuld. Dit betreffen de sancties bij overtreding van art. 6 Wegenverkeerswet.

Samenhang in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) en de Wegenverkeerswet

 De WAHV (hierna: Wet Mulder) regelt de wijze waarop boetes worden uitgedeeld voor overtredingen van verkeersvoorschriften. Het verschil met de WVW is dat de Wet Mulder alle sancties regelt met betrekking tot verkeersvoorschriften. Boetes onder de Wet Mulder vallen niet onder het strafrecht maar onder het bestuursrecht.

De hoofdregel voor toepassing van de Wet Mulder is: deze is van toepassing op alle overtredingen in het verkeer waarbij er geen sprake is van schade of letsel. Als iemand door rood licht rijdt en daarbij een botsing veroorzaakt, zal er thans sprake zijn van overtreding van art. 5 Wegenverkeerswet en ook van de Wet Mulder. Er zal alleen een Mulder-boete volgen als er verder geen schade is. In dit geval volgt er alleen een boete op grond van de Wegenverkeerswet. De reden is dat het wettelijke stelsel zich verzet tegen een ‘dubbele’ bestraffing. In dit geval zou dan namelijk een strafrechtelijke vervolging worden ingesteld tegen de dader en daarnaast een administratierechtelijke sanctie worden opgelegd voor overtreding van de Wet Mulder. Het is dus niet mogelijk om voor beide delicten apart te worden bestraft.

Het is wel mogelijk dat voor bepaalde verkeersdelicten aparte feiten ten laste worden gelegd. Dit doet zich bijvoorbeeld voor ingeval van overtreding van art. 5 WVW en art. 287 Sr (doodslag). Bijvoorbeeld indien een persoon door onzorgvuldig rijgedrag iemand van het leven berooft. Indien het ene feit niet bewezen kan worden (gevaarzetting in het verkeer) respectievelijk het andere feit wel (bescherming van het menselijk leven), kunnen deze naast elkaar ten laste worden gelegd in een strafzaak.

Toevoeging

Ingeval van handelen in strijd met de Wegenverkeerswet kunt u in aanmerking komen voor een toevoeging( gefinancierde rechtshulp). Ingeval van  handelen in strijd met de Wet Mulder komt u niet in aanmerking voor toevoeging, behoudens het feit wanneer u de boete niet betaalt en zodoende wordt gegijzeld (dit is een dwangmiddel om tot betaling over te gaan; door gijzeling vervalt de boete niet). In het geval u een kort geding tegen de gijzeling wenst te starten komt u wel in aanmerking voor toevoeging.

Hulp nodig?

Bel naar 072 – 512 32 29, e-mail naar info@appelman.nl, vul het terugbelformulier aan de rechterzijde of het contactformulier in voor een gratis kennismakingsgesprek van een half uur.