Geldvordering in kort geding: de voorwaarden op een rij

Als een partij een geldvordering op een ander heeft, zijn er een aantal mogelijkheden om die geldvordering te innen. Een daarvan is het starten van een incasso kort geding, maar daarvoor is onder meer vereist dat de geldvordering voldoende aannemelijk is. Wat de overige voorwaarden zijn, legt onze advocaat incassorecht uit aan de hand van een recent geschil.

Overeenkomst van geldlening

De procedure, die zich afspeelde bij de Rechtbank Oost-Brabant, draait om een geschil tussen twee B.V.’s. Op 5 april 2013 hebben (de bestuurders van ) deze ondernemingen een overeenkomst van geldlening getekend, waarin werd overeengekomen dat een derde B.V. een deel van de openstaande schuld van de debiteur zou overnemen in verband met de koopsom van een bedrijfspand.

Hypothecaire akte

Op 13 februari 2014 tekent de debiteur (de bestuurder van de onderneming) een hypothecaire akte met de crediteur waarin de debiteur een recht van hypotheek verleent op een aantal aan hem dan wel zijn vennootschappen toebehorende zaken, waaronder zijn privé woning. In deze akte staat tevens vermeld dat de debiteur een bedrag van € 2.072.500, – verschuldigd is aan de crediteur. Daarna tekent de debiteur op 29 december 2014 een overeenkomst tot schuldoverneming met een de bestuurder van een andere overneming, waarin wordt overeengekomen dat deze een bedrag van € 1.815.000,- zal voldoen aan de crediteur.

Opeisbare geldvordering?

De crediteur start een incasso kort geding tegen de debiteur en claimt een bedrag van €924.694,- uit hoofde van de overeenkomst van schuldoverneming van 29 december 2014. Dit bedrag is inmiddels lager uitgevallen omdat er vanaf 2015 tot en met 2017 diverse afboekingen plaats hebben gevonden op de geldlening. Eind 2017 bedraagt deze schuld nog €906.186,08, te vermeerderen met 3.5% rente.

Voorwaarden voor geldvordering in kort geding

De rechter oordeelt dat voor een geldvordering in kort geding alleen kan worden toegewezen als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1) Het bestaan van een geldvordering dient voldoende aannemelijk te zijn. Dit kan blijken uit schriftelijke bewijsstukken. Overigens kan ook in een kort geding een beroep op vernietigbaarheid van de overeenkomst worden gedaan, waardoor de aannemelijkheid van de vordering kan worden betwist.

2) Op basis van de feiten en omstandigheden is een onmiddellijke voorziening vereist, waarvoor de debiteur niet eerst een bodemprocedure behoeft te starten.

3) De rechter dient de belangen van de debiteur en de crediteur af te wegen. Daarbij is mede van belang of er een risico aanwezig is dat de crediteur het geldbedrag niet zal kunnen terugbetalen, mocht hij in de bodemprocedure in het ongelijk worden gesteld. Hiervoor is de financiële positie van de crediteur, alsmede het eventuele bestaan van een bankgarantie van belang.

Toewijzing

De rechter is van oordeel dat aan alle voorwaarden is voldaan en wijst de geldvordering van de crediteur ten bedrage van €924.694,- uit hoofde van de overeenkomst van de (inmiddels in bedrag verlaagde) schuldoverneming van 29 december 2014 toe. Mocht in de bodemprocedure blijken dat de geldvordering onjuist is, zal de crediteur op zijn beurt worden veroordeeld tot terugbetaling.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur