Gebruiksvergoeding woning na scheiding: de voorwaarden

Als partners uit elkaar gaan, kunnen ze afspreken dat een van hen in de woning zal blijven wonen totdat deze is verkocht of aan een van de partners is toebedeeld. Een situatie die daarbij vaak voorkomt is die waarbij de rechtbank het voorlopig gebruik van de woning bij voorlopige voorziening aan de vrouw toewijst met uitsluiting van de man. Wanneer bestaat daarbij recht op een gebruiksvergoeding? Onze advocaat personen- en familierecht Peter Appelman legt het uit.

Vrouw als hoofdverzorgster van de kinderen

Als het voorlopig gebruik van de woning wordt toegewezen aan de vrouw, komt dit in 99% van de gevallen  omdat de vrouw de hoofdverzorgster is van de kinderen. In dat geval acht de rechtbank doorgaans het in het belang van de kinderen om in ieder geval tijdens de echtscheidingsprocedure in hun vertrouwde omgeving te kunnen blijven. Dit betekent dat de man elders woonruimte zal moeten vinden.

Aanspraak gebruiksvergoeding

Als dit het geval is,  kan hij jegens de vrouw aanspraak maken op een gebruiksvergoeding. Het is vaste rechtspraak dat de deelgenoot die de woning met uitsluiting van de andere deelgenoot gebruikt, te verplichten deze schadeloos te stellen. De meeste advocaten weten niet dat deze vergoeding direct bij voorlopige voorziening gevraagd kan worden als daartoe naar aanleiding van de omstandigheden van het geval aanleiding bestaat, zo bepaalde het Hof Arnhem-Leeuwarden al in een arrest van 1 oktober 2015.

Omstandigheden van het geval: voorwaarden?

Er zal aanleiding bestaan om een gebruiksvergoeding toe te wijzen als dit in overeenstemming is met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dergelijke omstandigheden zullen zich niet gauw voordoen, máár het kan dus wel. Ook het feit dat de deelgenoot alle woonlasten betaalt betekent niet dat hij de andere deelgenoot geen gebruiksvergoeding hoeft te voldoen bv. indien er een lage hypotheek op de woning rust. Na de scheiding is het verzoek tot toekenning van een gebruiksvergoeding gebaseerd op art. 1:165 BW; daarvoor op art. 3:169 BW.

Toekenning vergoeding

Voor de toekenning van de vergoeding maakt de grondslag niet uit, wel voor de ingangsdatum. Baseert de deelgenoot zich louter op art. 1: 165 BW dan kan de vergoeding niet eerder ingaan dan vanaf datum inschrijving echtscheidingsbeschikking. Het is dus zaak tijdig en op de juiste grondslag om een vergoeding te vragen. Uw advocaat kan u hierbij helpen.

Advocaat personen- en familierecht

Als u vragen heeft over uw rechten met betrekking tot de woning en een eventuele gebruiksvergoeding, kan een advocaat personen- en familierecht u nader adviseren. Als er sprake is van een spoedeisende situatie, kan een kort gedingprocedure worden gestart.