Ouderschapsregeling na scheiding

Als ouders met kinderen gaan scheiden, is het uitgangspunt dat zij beiden een gelijkwaardige rol als opvoeder blijven behouden. De ouders of de rechtbank kunnen in dat geval een ouderschapsregeling vaststellen. Wat dit inhoudt en wat de voorwaarden zijn, bespreekt onze advocaat personen- en familierecht.

Ouderschapsregeling en zorgregeling

Een ouderschapsregeling wordt ook wel een zorgregeling genoemd. Dit lijkt feitelijk veel op een omgangsregeling, maar bij een ouderschapsregeling dragen de ouders in beginsel 50/50 de opvoedingstaken. Dit heet ook wel co-ouderschap. Een ouderschapsregeling biedt financiële voordelen i.v.m. toeslagen t.o.v. een reguliere omgangsregeling. Ouders kunnen zowel onderling als via de rechtbank een ouderschapsregeling (laten) vaststellen. Hierna wordt allereerst optie 1 besproken en wat daarbij komt kijken, bij de tweede optie wordt besproken hoe een ouderschapsregeling via de rechtbank verloopt.

Optie 1: onderling ouderschapsregeling afspreken

Ouders kunnen ten eerste onderling afspraken vastleggen in een ouderschapsplan (ook wel: echtscheidingsconvenant). Als de ouders nog goed met elkaar kunnen communiceren en afspraken maken, kunnen zij dit zelf (laten) opstellen. Vaak kan een advocaat of mediator ook adviseren. Voor kinderen is een ouderschapsregeling meestal fijn omdat ze weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd biedt een ouderschapsregeling voordelen voor ouders die beiden werken: de zorgtaken zijn zo makkelijker te verdelen. Ook kunnen de ouders eenvoudig afspraken maken over bij wie het kind verblijft gedurende feest- en vakantiedagen.

Hoofdverblijf kind

Wel is het zo dat bij een ouderschapsregeling het kind hoofdverblijf heeft bij één van de ouder. Een ouderschapsregeling biedt in dat opzicht voordelen t.o.v. een reguliere omgangsregeling omdat beide ouders (gedeeltelijk) aanspraak kunnen maken op toeslagen voor het kind. De ouder bij wie het kind verblijft kan echter exclusief aanspraak maken op kinderbijslag.

Belangrijke onderwerpen

Daarnaast moeten ouders een aantal zaken in gedachten houden voordat zij een ouderschapsregeling afspreken. De ouders moeten zich ervan bewust zijn dat een ouderschapsregeling alleen lukt als de onderlinge verstandhouding goed is. Vaak betekent dat in de praktijk bovendien meer overleg tussen de ouders. Daarnaast moeten ouders zich ervan vergewissen of een ouderschapsregeling ook voor het kind werkt: die heeft immers vaak het meeste belang bij de onderlinge verdeling. Tot slot moeten ouders zich ervan bewust zijn dat de mogelijkheden voor een verhuizing gedurende een ouderschapsregeling kleiner zijn. De ouders moeten immers bij elkaar in de buurt woonachtig zijn, willen zij de onderlinge zorg kunnen verdelen.

Optie 2: vaststellen ouderschapsregeling door rechtbank

In een aantal gevallen weten de ouders zeker dat zij een ouderschapsregeling willen. Wil één of beide ouders dit niet, dan kan de rechtbank zo nodig een beslissing nemen over de verdeling van de zorgtaken. Hoofdregel daarvoor is neergelegd in art. 1:253a lid 2 BW. De rechtbank kan in dat verband over (onder meer) de volgende onderwerpen beslissen:

a.een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede met overeenkomstige toepassing van artikel 377a, derde lid, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;

b.de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;

c.de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd.

Advies RvdK

Bij het vaststellen van een ouderschapsregeling brengt de RvdK in de meeste gevallen aan de rechtbank een voorafgaand advies uit. In de meeste gevallen biedt dit de rechtbank voldoende informatie om een oordeel te kunnen geven over het al dan niet vaststellen van een ouderschapsregeling. De rechtbank kan het advies van de RvdK overnemen, maar in sommige gevallen wijkt de rechtbank hier toch vanaf.

Criteria voor ouderschapsregeling in de rechtspraak

Daarnaast heeft de rechtspraak eigen criteria ontwikkeld c.q. ‘voorwaarden’ waaronder de rechtbank een ouderschapsregeling kan vaststellen. Zo heeft het hof Amsterdam recentelijk het verzoek van een vader om een ouderschapsregeling vast te stellen, afgewezen. Het hof stelde allereerst vast dat het uitgangspunt is dat ouders na de scheiding een gelijk aandeel behoren te spelen in de zorg en opvoeding van het kind. Dat betekent echter niet dat een ouderschapsregeling op 50/50 basis altijd het uitgangspunt behoord te zijn. Bij het vaststellen dienen de belangen van het kind namelijk eerste overweging te zijn. Wat dit belang vergt, verschilt van geval tot geval.

Voorwaarde: goede onderlinge communicatie

In dit geval achtte het hof een ouderschapsregeling niet mogelijk om de volgende reden. Bij de vader was sprake van ernstig wantrouwen jegens de moeder. Voor een ouderschapsregeling is tenminste vereist dat er sprake is van communicatie tussen de ouders, gebaseerd op basaal onderling vertrouwen. De vader stelde dat dit kon worden ondervangen door solo parallel ouderschap in combinatie met een communicatieplan. Het hof stond hier negatief over, omdat bij alle verschillen van mening vereist is dat de ouders overleg met elkaar moeten kunnen voeren en elkaar erkennen in hun rol als ouder van het kind. Volgens het hof was hiervan bij de vader onvoldoende gebleken en wees het verzoek van de vader om die reden af.

Categorie