Voorbeelduitspraken adoptie meerderjarige

Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van gerechtelijke uitspraken waarbij een verzoek tot adoptie van een meerderjarig persoon werd toegewezen. Voor meer informatie over de haalbaarheid van een adoptieverzoek bij een meerderjarig geworden persoon kunt u contact opnemen met onze advocaat adoptierecht.

Rechtbank Noord-Nederland 22 november 2017

Feiten:

Meerderjarige dochter woont al vanaf dat zij zeven jaar oud was samen met haar moeder en stiefvader in gezinsverband. Vrijwel haar gehele leven is zij mede opgevoed door de stiefvader. Er was sporadisch contact met de biologische vader, maar zij wenste geen contact meer met hem te hebben. Gedurende 12 jaar had de stiefvader in alle opzichten de rol van vader vervuld en deed dat ten tijde van de adoptieprocedure nog steeds.

Er was in deze procedure sprake van bijzondere omstandigheden, omdat de meerderjarige dochter sterke angstgevoelens had. De reden hiervan was dat de biologische vader het contact met de destijds minderjarige dochter abrupt op zevenjarige leeftijd had verbroken. Zij ondervond ten gevolge daarvan paniekaanvallen en werd daarvoor regelmatig behandeld.

De rechtbank achtte het in het belang van de meerderjarige dochter om de adoptie toe te wijzen om zo haar ontwikkeling als jongmeerderjarige te bevorderen. Zij had dan ook een zwaarwegend belang om de adoptie te bewerkstelligen. De emotionele band die zij had zou dan juridisch bevestigd worden.

Ter zitting had de biologische vader verklaard achter het verzoek tot adoptie te staan. Op grond van deze omstandigheden wees de rechtbank de adoptie toe.

Rechtbank Gelderland 24 april 2017

Feiten:

Meerderjarige dochter woont al vanaf haar zesde tot aan haar huwelijk in 1987 in het gezin van haar moeder en de stiefvader. Zij had vanwege een aantal heftige gebeurtenissen in het verleden een sterke band ontwikkeld met de stiefvader. Zij had nimmer contact gehad met haar biologische vader en had dan ook niks meer van hem te verwachten. De adoptiefvader verkeerde in de veronderstelling dat er al sprake was van een adoptie, maar toen hij erop werd gewezen dat dit niet het geval was, had hij pas eerst het verzoekschrift tot adoptie ingediend.

De belanghebbenden tijdens de zitting -de biologische vader- had tijdens de zitting geen verweer gevoerd tegen de adoptie, en de rechtbank wees op die grond het verzoek tot adoptie toe.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2011

Feiten:

Inmiddels meerderjarige woont sinds zeer jonge leeftijd -vier jaar- bij zijn moeder en stiefvader. Daarmee had hij vrijwel zijn gehele leven met de stiefvader in gezinsverband geleefd.

Uit het huwelijk van de moeder en de stiefvader waren tevens twee zoons geboren, die ten tijde van het verzoek tot adoptie nog minderjarig waren. Het Hof was van oordeel dat de stiefvader in alle opzichten de rol van vader had vervuld, zodat er op die basis een nauwe persoonlijke betrekking was ontstaan die kon worden aangemerkt als familie- en gezinsleven in de zin van art. 8 lid 1 EVRM. Daarbij had de meerderjarige zoon al 16 jaar geen contact meer met zijn biologische vader.

Het gezin waarin de meerderjarige zoon opgroeide was van Pakistaanse afkomst. De zoon voelde zich naar eigen zeggen ook Pakistaans en beleed het moslimgeloof. Hij was veel bezig met het zoeken naar zijn identiteit. Het Hof achtte het in dit kader van belang dat de zoon voor zijn identiteitsontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling noodzakelijk achtte dat hij niet alleen gevoelsmatig tot het gezin behoorde, maar ook juridisch een volwaardig gezinslid zou worden. De biologische vader had het verzoek bovendien niet tegengesproken. Het Hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot adoptie toe.

Rechtbank Zwolle-Lelystad 22 juni 2010

Feiten:

In deze zaak ging het om een adoptie bij een paar van gelijk geslacht (vrouwen). De rechtbank wees in dit geval de adoptie van de meerderjarig geworden kinderen toe en verwees naar een uitspraak van het Hof Amsterdam van 16 maart 2000. Adoptie van een meerderjarige is in beginsel niet mogelijk omdat de wet als vereiste stelt dat het kind op de eerste dag van het verzoek minderjarig moet zijn (art. 1:228 lid 1 BW). Dit werd in het onderhavige geval beschouwd als een niet zinvol onderscheid, te meer omdat de biologische ouders onbekend waren (er was sprake van donorschap). De rechtbank oordeelde dan ook dat niemand een nog in rechte te beschermen belang had om de adoptie niet toe te wijzen. Toewijzing van de adoptie beoogde dan ook de belangen van de meerderjarigen te beschermen. De nationale regel, dat een verzoek tot adoptie alleen in geval van minderjarigheid kan worden verzocht, diende op basis van art. 8 EVRM dan ook te wijken. De adoptie werd toegewezen.

Hof Den Bosch 12 juli 2007

Feiten:

In deze zaak werd het verzoek tot adoptie van een meerderjarig geworden dochter, die inmiddels de leeftijd van 27 had bereikt, afgewezen. Zij was van jongs af aan door appellanten opgevoed en was bij hen opgegroeid. Tijdens de minderjarigheid van de dochter was adoptie al een keer ter sprake gekomen, maar zij had destijds nog contact met haar biologische vader en wenste niet geadopteerd te worden. In de periode daarna is over de wens geadopteerd te worden niet meer gesproken. De reden hiervoor was dat appellanten en de dochter zich hadden gericht op hun eigen bedrijf en opleiding. De dochter was bovendien bezig met het stichten van een gezin. Bij het verzoek werden verder geen omstandigheden aangevoerd op basis waarvan er daadwerkelijk sprake zou zijn van een bijzondere situatie, waardoor het Hof niet anders kon dan het verzoek tot adoptie afwijzen. Dit was begrijpelijk, nu de wens om te worden geadopteerd enerzijds begrijpelijk was, maar anderzijds het verzoek alleen kan worden toegewezen als daar daadwerkelijk zwaarwichtige redenen aan ten grondslag liggen.

Meer informatie over een adoptieprocedure?

Maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek van een half uur via het contactformulier of mail of bel ons direct via info@appelman.nl of bel 072 – 5123 229. U kunt er ook voor kiezen om teruggebeld te worden. Vul dan het formulier aan de rechteronderzijde in.

Overigens is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de kosten. Lees daarvoor de pagina’s gesubsidieerde rechtsbijstand en tegemoetkoming advocaatkosten door.

mr. P.P.J.L (Peter) Appelman

Geboren in 1956 en vader van drie zonen. Oprichter van het kantoor en sinds 1985 advocaat te Alkmaar.

Mijn aandachtsgebieden als advocaat zijn arbeidsrecht, sociaal zekerheidsrecht en personen- en familierecht.

Mijn hobby is atletiek. Momenteel ben ik actief als looptrainer bij atletiekvereniging Trias in Heiloo. Ik loop jaarlijks nog de kwart marathon van Egmond. In mijn jongere jaren was ik een begenadigd middenafstandsloper met o.a. een Nederlands kampioenschap.

mr. J. (Johan) de Haan

Geboren in 1961, getrouwd en vader van drie kinderen. Advocaat te Alkmaar sinds 1994.

Ik voer een algemene praktijk met een nadruk op huurrecht, arbeidsrecht en incassozaken. Zowel voor particulieren en MKB. Ik hecht een groot belang aan een persoonlijke service (uw zaak is niet slechts een dossiernummer) en snel en doortastend handelen met een gedegen kennis van zaken.

In mijn vrije tijd sport ik graag. Met name roeien en skeeleren met de kinderen.

mr. F.R. (Franky) Menso

Geboren in 1965, samenwonend en vader van twee kinderen. Advocaat te Alkmaar sinds 1992.

Ik voer een algemene praktijk met een nadruk op personen- en familierecht, strafrecht, psychiatrisch patiëntenrecht (BOPZ) en arbeidsrecht. Zowel voor particulieren en MKB. Het gaat mij niet alleen om het dossier maar ook om de mens erachter.

In mijn vrije tijd doe ik aan hardlopen en muziek. Daarnaast ben ik een groot liefhebber van klassieke auto’s en films van voor 1980.

Bel mij terug