Ontbinding van een huurovereenkomst bedrijfsruimte

Onder bepaalde omstandigheden kan de huurovereenkomst door de huurder of verhuurder worden ontbonden. Al lijkt dit veel op de meer gangbare term ‘opzegging’ zijn er duidelijke verschillen tussen beide begrippen: bij een opzegging wordt de overeenkomst -indien zulks in de voorwaarden en afspraken is bepaald- beëindigd. De huurovereenkomst houdt op tussen beide partijen te bestaan. Bij ontbinding vervallen de verplichtingen van beide partijen die uit hoofde van de overeenkomst nog tussen partijen zouden bestaan en ontstaan er ongedaanmakingsverbintenissen: dit leidt ertoe dat de huurder het genot over de ruimte terug zal moeten verschaffen aan de verhuurder enerzijds en dat de verhuurder eventuele verplichtingen, die nog uit hoofde van de overeenkomst verschuldigd zouden zijn, ongedaan dient te maken. Ontbinding is veelal aan orde indien een van beide partijen ‘tekortschiet’ in de nakoming van de overeenkomst: dat geeft onder omstandigheden de andere partij de bevoegdheid om de overeenkomst op die grond te beëindigen en een vordering tot schadevergoeding in te dienen.

Voor het vervolg van deze verhandeling zal worden gesproken over ‘opzegging’ van de huurovereenkomst.

Opzegging van een huurovereenkomst voor middenstandsbedrijfsruimte

Huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten worden in de regel aangegaan voor de duur van vijf plus vijf jaar. Dit heet in juridisch jargon ook wel de huur van een ‘290 bedrijfsruimte’: deze bepaling is gebaseerd op art. 7:290 BW. Opzegging van de huurovereenkomst kan in zulke gevallen alleen door middel van een schriftelijk aantekende brief waarin de gronden voor opzegging zijn genoemd. Opzegging kan alleen indien de huurder en de verhuurder een opzegtermijn van tenminste een jaar in acht hebben genomen. Niet-naleving van dit voorschrift leidt ertoe dat de overeenkomst na de eerste termijn met nog eens vijf jaar wordt verlengd. Pas na tien jaar zal de overeenkomst van rechtswege worden ontbonden. Let wel: opzegging door de verhuurder is alleen mogelijk indien de huurder met de opzegging instemt. Doet hij dit niet, dan dient de verhuurder de gang naar de rechter te maken en een verzoek in te dienen tot ontbinding van de overeenkomst. Aan de andere kant kan de verhuurder de overeenkomst voor een middenstandsbedrijfsruimte alleen na afloop van de eerste vijf jaar opzeggen indien er sprake is van een slechte bedrijfsvoering aan de zijde van de huurder, of als er sprake is van dringend eigen gebruik. Na tien jaar heeft de verhuurder daarnaast de mogelijkheid -dus naast de grond slechte bedrijfsvoering of dringend eigen gebruik- de huurovereenkomst tevens opzeggen indien de huurder niet ingaat op een redelijk voorstel voor een nieuwe huurovereenkomst. De huurder heeft deze beperkingen veelal niet en kan tussentijds opzeggen na het verstrijken van de vijfjaarstermijn zonder verdere opgave van reden.

Opzegging en ontbinding van de huurovereenkomst

Ontbinding van de huurovereenkomst is in beginsel alleen mogelijk in dien er sprake is van een wanprestatie. Dit is in de wet geregeld als een ‘toerekenbare tekortkoming’, waaronder globaal moet worden verstaan elk niet-nakomen van een verbintenis uit hoofde van de overeenkomst. Ontbinding van de overeenkomst is alleen dan niet toegestaan indien er slechts sprake is van een geringe tekortkoming, op basis waarvan de bevoegdheid tot ontbinding van het contract geenszins in verhouding zou staan. Als voorbeeld kan worden gedacht de situatie dat er slechts eenmaal een betalingstermijn voor de huur wordt overschreden, terwijl daarvoor altijd een degelijk betalingspatroon is gehanteerd door de huurder. Of er sprake is van een grond voor ontbinding hangt vaak af van de omstandigheden van het geval. Doorgaans zal, indien het oordeel gerechtvaardigd is dat de huurder zich niet heeft gedragen als goed huurder, voldoende aanknopingspunten zijn om het contract op een nader te specificeren grond te ontbinden.

Advocaat huurrecht

Huurders genieten speciale bescherming. Daarom dient een verzoek tot ontbinding in de regel dan ook te worden onderbouwd met zwaarwegende redenen. Onze advocaat huurrecht kan u in dit kader meer advies geven.

mr. P.P.J.L (Peter) Appelman

Geboren in 1956 en vader van drie zonen. Oprichter van het kantoor en sinds 1985 advocaat te Alkmaar.

Mijn aandachtsgebieden als advocaat zijn arbeidsrecht, sociaal zekerheidsrecht en personen- en familierecht.

Mijn hobby is atletiek. Momenteel ben ik actief als looptrainer bij atletiekvereniging Trias in Heiloo. Ik loop jaarlijks nog de kwart marathon van Egmond. In mijn jongere jaren was ik een begenadigd middenafstandsloper met o.a. een Nederlands kampioenschap.

mr. J. (Johan) de Haan

Geboren in 1961, getrouwd en vader van drie kinderen. Advocaat te Alkmaar sinds 1994.

Ik voer een algemene praktijk met een nadruk op huurrecht, arbeidsrecht en incassozaken. Zowel voor particulieren en MKB. Ik hecht een groot belang aan een persoonlijke service (uw zaak is niet slechts een dossiernummer) en snel en doortastend handelen met een gedegen kennis van zaken.

In mijn vrije tijd sport ik graag. Met name roeien en skeeleren met de kinderen.

mr. F.R. (Franky) Menso

Geboren in 1965, samenwonend en vader van twee kinderen. Advocaat te Alkmaar sinds 1992.

Ik voer een algemene praktijk met een nadruk op personen- en familierecht, strafrecht, psychiatrisch patiëntenrecht (BOPZ) en arbeidsrecht. Zowel voor particulieren en MKB. Het gaat mij niet alleen om het dossier maar ook om de mens erachter.

In mijn vrije tijd doe ik aan hardlopen en muziek. Daarnaast ben ik een groot liefhebber van klassieke auto’s en films van voor 1980.

Bel mij terug