Niet-onderbouwde facturen: moet opdrachtgever betalen?

Recent wees het hof ’s-Hertogenbosch een arrest dat ging over niet-betaalde facturen. De opdrachtgever gaf aan dat de opdrachtnemer werkzaamheden had gefactureerd die hij volgens de opdrachtgever nooit had uitgevoerd. Hij weigerde om die reden tot betaling over te gaan. Wat mag een opdrachtgever in dergelijke gevallen verlangen en op wie rust de bewijslast? Onze advocaat verbintenissenrecht legt het uit.

Specificaties van facturen

Bij met name overeenkomsten van opdracht heeft de opdrachtgever vaak weinig inzicht in de werkzaamheden die een opdrachtnemer uitvoert. Het is dan vaak lastig voor de opdrachtgever om na te gaan of de facturen juist zijn. De opdrachtnemer is niet wettelijk verplicht om een (periodieke) specificatie van de werkzaamheden op te geven. In een aantal branches, waaronder de advocatuur, is dit echter wel gebruikelijk.

Informatieplicht van opdrachtnemer

In deze procedure deed de opdrachtgever een beroep op de wettelijke informatieplicht. Deze is vastgelegd in art. 7:403 BW en brengt de plicht met zich mee dat de opdrachtnemer de opdrachtgever op de hoogte houdt van de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Hier was de kern van de opdracht om fiscaal advies uit te brengen voor een aantal B.V.’s van de opdrachtgever. De opdrachtnemer had deze opdracht schriftelijk bevestigd.

Geschil over werkzaamheden

De opdrachtgever maakte in de procedure echter een cruciale fout. In de memorie van grieven gaf hij namelijk de volgende stelling aan: “Het is correct dat [opdrachtgever] aan [opdrachtnemer] op om omstreeks 15 juli 2015 de opdracht heeft verstrekt om diverse administratieve, boekhoudkundige, accountantstechnische en fiscaal-juridische werkzaamheden voor [opdrachtgever] te verrichten.” 

Nuance toegelaten?

In de hoger beroepsprocedure wenste hij hierop een nuance aan te brengen: zo stelde hij dat de opdrachtnemer in zijn geheel geen fiscale werkzaamheden voor opdrachtgever zou hebben verricht, maar slechts voor een tweetal B.V.’s. Het hof passeerde echter dit verweer omdat de opdrachtgever, door zijn eerdere erkenning, niet meer op deze stelling terug kon komen.

Werkzaamheden voldoende onderbouwd?

Vervolgens moest het hof beoordelen of de opdrachtnemer de overige gefactureerde werkzaamheden wel had verricht. Het ging daarbij om de volgende werkzaamheden:

1. salarisadministratie, verloning, aangifte loonheffingen en afrekening verlofuren;
2. aangifte omzetbelasting 2015;
3, verwerking administratiestukken;
4. accountancy-werkzaamheden en rapport samenstelling / handelsregister / Limburg;
5. brieven aan belastingdienst en besprekingen met de belastingdienst.

Toelichting op facturen

In hoger beroep beoordeelde het hof of de opdrachtnemer de facturen vooralsnog voldoende had onderbouwd. De opdrachtnemer had ter bewijs de volgende stukken ingebracht:

– gegevens die zij had gebruikt voor de salarisadministratie van [opdrachtgever] , waaronder de verloning en aangifte loonheffing;
– de samengestelde en verzonden stukken voor de aangiften omzetbelasting over het 2e en 3e kwartaal 2015;
– het administratieve rekeningschema en de gemaakte grootboekmutaties;
– (e-mail)correspondentie met de belastingdienst

Tussentijdse ontwikkelingen werkzaamheden

Het hof meende dat dit een voldoende onderbouwing vanuit de opdrachtnemer was. Ook het beroep van de opdrachtgever op de in art. 7:403 BW neergelegde informatieplicht slaagde niet. De opdrachtnemer had een aantal producties in het geding gebracht die hij eerder aan de opdrachtgever had gestuurd. Tijdens de procedure had de opdrachtgever deze correspondentie niet betwist. Daaruit leidde het hof af dat de opdrachtnemer de opdrachtgever met enige regelmaat op de hoogte hield van de werkzaamheden. Het beroep op art. 7:403 BW slaagde daarom niet.

Slotsom

In deze procedure kon de opdrachtnemer voldoende onderbouwen dat hij de gefactureerde werkzaamheden wel had verricht. Als een opdrachtgever dit betwist, dan rust de bewijslast daarvan in beginsel bij de opdrachtnemer. Als de opdrachtnemer in bewijsnood verkeert, kan de de rechter in uitzonderlijke gevallen de bewijslast omkeren. In dat geval is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat de opdrachtnemer de gefactureerde werkzaamheden niet heeft verricht. Dit zal zich echter niet snel voordoen.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur