Registratie domeinnaam via Trademark: is een .com extensie daadwerkelijk nodig?

Vele ondernemingen met een website kunnen er belang bij hebben om een website met verschillende extensies te registreren. Bij een onderneming die internationaal georiënteerd is heeft een .com extensie meerwaarde boven een .nl extensie, omdat laatstgenoemde minder snel naar voren komt bij een zoekresultaat in een zoekmachine vanuit het buitenland. Sinds enkele jaren is er dan ook groot financieel belang gemoeid bij het (op tijd) registreren van domeinnamen en extensies. Een onderneming met een bestaande domeinnaam en .nl extensie heeft echter meer rechten om op treden tegen nieuwe registraties dan veelal wordt gedacht, zo wordt ook bevestigd in een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Onze advocaat verbintenissenrecht bespreekt de zaak. 

Belang van ondernemingen bij .com of .nl extensie

In deze procedure benaderde Trademark, welke de afgelopen jaren meerdere keren in opspraak is geraakt, ondernemingen met het aanbod om voor hun website een .com extensie te registreren. In totaal werden zo 23 ondernemingen bewogen tot het sluiten van een overeenkomst voor de duur van 10 tot 15 jaar. De gedachte daarachter was, aldus Trademark, dat concurrenten mogelijk een registratie zouden indienen voor hun website met een .com extensie. Dat zou er dan toe leiden dat klanten mogelijk contact zouden opnemen met die van de concurrent.

Bescherming van domeinnamen en extensies onder het intellectueel eigendomsrecht

De registratie van domeinnamen en extensies kan onder het intellectueel eigendomsrecht vallen. Als een onderneming haar handelsnaam in het domeinnaam van haar website heeft opgenomen, kan zij concurrenten beletten om een domeinnaam te registreren waarin deze handelsnaam is opgenomen. Hetzelfde geldt als een onderneming een merkdepot heeft gedaan en het merk opneemt in haar domeinnaam. In die gevallen mag een derde niet zonder meer een domeinnaam registreren waarin het merk of de handelsnaam is opgenomen. Dit geldt zelfs sterker voor extensies: in dat geval gaat het immers om een letterlijke kopie van de .nl domeinnaam. In dat geval kan, als er bijvoorbeeld geen merkdepot of handelsnaambescherming is, de registratie alsnog onrechtmatig zijn. Dat komt omdat de derde in dat geval nodeloos verwarring zaait. Zowel consumenten als ondernemingen zelf hebben er dan belang bij dat derden niet op een dergelijke wijze een registratie kunnen indienen.

Onrechtmatige handelwijze

Aldus werden de ondernemingen in deze procedure op een dwaalspoor gebracht, al werd verder geen aandacht besteed aan de intellectuele eigendomsrechten. Daarentegen oordeelde de kantonrechter wel dat de handelwijze van Trademark onrechtmatig was. Zo zou Trademark de ondernemingen namelijk hebben voorgehouden dat zij als toezichthouder op domeinnamen een aanvraag had gekregen van een onderneming die een registratie van een .com wilde indienen voor de betreffende website. Zij wilde aldus eerst de onderneming de gelegenheid bieden eerst zelf deze registratie geldend te maken. Zij bood de onderneming daarvoor 24 uur de tijd, zodat er in zekere zin druk werd uitgeoefend om snel een beslissing te maken. Trademark wekte aldus een schijnurgentie.

Buitengerechtelijke vernietiging op grond van bedrog

De ondernemingen gingen in eerste instantie allen akkoord met de registratie. Daarna voelden zij zich bedrogen en deden een beroep op buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst op grond van bedrog. Volgens hen waren de mededelingen van Trademark evident onjuist.

Verstekvonnis: verzet leidt tot misbruik van procesrecht

In eerste instantie verscheen Trademark niet op de mondelinge behandeling ter zitting. De rechter wees daarop een verstekvonnis . Aansluitend stuurde Trademark de verzetdagvaarding naar de betrokken 23 ondernemingen. Dat liep echter niet goed voor haar af: mede gelet op de evidente onjuistheid van de stellingen van Trademark en de wijze waarop zij thans procedeerde, oordeelde de rechter dat Trademark zich schuldig maakte aan misbruik van procesrecht. Dat betekent dat Trademark, in plaats van de forfaitaire vergoeding van de proceskosten, de volledige proceskosten van de partijen diende te vergoeden. Volgens de kantonrechter had Trademark zich bij het verstekvonnis moeten neerleggen, want door nu alsnog op te komen tegen het verstekvonnis jaagde zij alle partijen op de nodige kosten terwijl zij, gelet op de evidente onrechtmatigheid van haar handelen, had behoren te weten dat zij in een procedure geen kans zou maken.

Categorie

Waarom ons

Gratis kennismakingsgesprek

1000+ zaken behandeld

Flexibel én voordelig

Ook pro-deo

30+ jaar ervaring

Woensdag inloopspreekuur