Stiefouderadoptie

In een recente procedure bij de rechtbank Noord-Holland diende een stiefvader een verzoek in tot partneradoptie. De stiefvader woonde al enkele jaren samen met zijn partner en kinderen en droeg sinds die periode ook de zorg en opvoeding over de kinderen. Onze advocaat adoptierecht bespreekt deze uitspraak en legt uit hoe een procedure tot stiefouderadoptie in zijn werk gaat.

Feiten

De feiten in de procedure waren als volgt. De oorspronkelijke vader van de kinderen was enkele jaren geleden voorafgaand aan de procedure overleden. De partner en oorspronkelijke ouder van de kinderen had geen geregistreerd partnerschap of huwelijk met hem gehad. Korte tijd nadat de relatie was geëindigd, kwam de vader te overlijden en konden de kinderen alleen nog rekenen op de zorg van de moeder. Enige tijd daarna kreeg de moeder een relatie met de stiefvader, die deelde in de taken voor zorg en opvoeding van de kinderen.

Kennelijk belang van het kind

In de procedure verzocht de stiefvader om de adoptie van de kinderen uit te spreken. Hiertoe voerde hij aan dat de adoptie in het kennelijk belang van de kinderen is. Vanwege het overlijden van de vader en de zorgtaken die de stiefvader op zich had genomen, zagen de kinderen hem inmiddels als vader. Hij en de kinderen wilden deze (emotionele) band dan ook graag formaliseren. De rechter kwam op basis van deze feiten en omstandigheden tot het oordeel dat de adoptie in het kennelijk belang van de kinderen was, mede gelet op het feit dat de moeder bovendien instemde met het verzoek tot stiefouderadoptie. Omdat verder aan alle voorwaarden voor adoptie werd voldaan, sprak de rechter de adoptie van de kinderen uit.

Familierechtelijke banden

Deze uitspraak laat globaal zien welke aspecten een rol spelen bij een stiefouderadoptie. De achterliggende reden en motieven kunnen divers zijn. Meestal wordt de wens om een adoptieprocedure te starten ingegeven vanuit het verlangen om de banden met het kind (juridisch) te formaliseren. Meestal woont het kind niet meer bij die ouder en/of is er sprake van voogdij of pleegzorg. Door adoptie worden de familierechtelijke banden verbroken tussen het kind en de ouder verbroken, blijft de familierechtelijke band tussen het kind en de andere ouder bestaan en ontstaat er een nieuwe familierechtelijke band met stiefouder en het kind.

Geslachtsnaam

Een van de onderdelen die aan bod komen bij de stiefouderadoptie is de geslachtsnaam. De ouders hebben drie mogelijkheden om de geslachtsnaam van het adoptiefkind te wijzigen. Zij kunnen vóór de geboorte van het kind aangeven welke geslachtsnaam het kind zal hebben in de ‘akte van naamskeuze’ bij de burgerlijke stand. Daarnaast kunnen zij bij de geboorteaangifte ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand verklaren welke geslachtsnaam het kind zal hebben. Tot slot is de laatste mogelijkheid om de geslachtsnaam te wijzigen bij de voltrekking van het huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen de ouders. Bij een (stiefouder)adoptie kan de naam het kind ook gewijzigd worden.

Termijn

Een stiefouderadoptie zal in de regel alleen mogelijk zijn indien partners of echtgenoten in elk geval drie jaar hebben samengewoond en de stiefouder die de adoptie wenst te bewerkstelligen ten minste 1 jaar voor het kind heeft gezorgd. In de rechtspraak blijkt overigens dat soms een uitzondering wordt gemaakt voor op de termijn van drie jaar samenwonen: aangetoond dient te worden dat de ouders in elk geval een bestendige relatie hebben. Als beide ouders instemmen met een wijziging van de geslachtsnaam, kan het kind eventueel de geslachtsnaam van de stiefvader- of moeder krijgen. Het kind kan ook de originele geslachtsnaam van de andere (oorspronkelijke) ouder krijgen. Deze keuze wordt bij de adoptie-uitspraak vastgelegd.

Belang van het kind

De adoptie moet in het kennelijk belang van het kind zijn. In de regel zal hieraan aan voldaan zijn als het kind niets meer te verwachten heeft van de oorspronkelijke ouder. De achterliggende reden hiervoor is mede dat door de adoptie de familierechtelijke banden met de oorspronkelijke ouder, zoals gezegd, worden verbroken en het kind in een nieuwe familierechtelijke betrekking tot de stiefouder en diens familie komt te staan. Omdat de gevolgen van adoptie ingrijpend kunnen zijn, dient de adoptie in het belang van het kind te zijn.

Leeftijd

Het kind waarvan de adoptie wordt verzocht dient minderjarig te zijn. In bijzondere omstandigheden is een (stiefouder)adoptie van een meerderjarige mogelijk. Indien het kind de leeftijd van 12 nog niet heeft bereikt zal de instemming van het kind in de regel niet vereist zijn, tenzij wordt geoordeeld dat het kind in voldoende mate in staat is de gevolgen van de adoptie te begrijpen. Bij 12 jaar of ouder is instemming van het kind altijd vereist. Het kind wordt dan voorafgaand aan de zitting door de rechter gehoord tijdens een zogeheten kindergesprek. In dat gesprek wordt de situatie met het kind besproken en de relevante omstandigheden, zoals ontwikkeling en school, besproken.

Tot slot dient het leeftijdsverschil tussen de stiefouder en het kind ten minste 18 jaar te zijn.

Instemming oorspronkelijke ouder

De oorspronkelijke ouder dient in beginsel in te stemmen met het verzoek tot adoptie: zulks alleen indien de oorspronkelijke ouder in de procedure wordt aangemerkt als belanghebbende. De oorspronkelijke moeder is in beginsel altijd belanghebbende en dient in de adoptieprocedure voor toestemming te worden opgeroepen, tenzij er enkel sprake is van verwekkerschap (de moeder heeft bijvoorbeeld niet of nauwelijks zorg gedragen voor het kind). Overigens kan onder omstandigheden het niet-vragen om toestemming van de moeder desalniettemin een strijd opleveren met art. 8 EVRM. Daarnaast is de biologische vader die ten tijde van de geboorte is gehuwd met de moeder, of die het kind heeft erkend of zijn vaderschap gerechtelijk is vastgesteld, in beginsel ook een belanghebbende. Ook hier geldt dat het enkele verwekkerschap niet voldoende is om te worden opgeroepen als belanghebbende. Als de oorspronkelijke vader niet tot nauwelijks zorg heeft gedragen in de opvoeding, of de opvoeding ernstig heeft verwaarloosd, kan hij niet worden aangemerkt als belanghebbende. In dat geval heeft hij geen recht van tegenspraak.

Gezag van de ouders

De moeder heeft altijd automatisch het gezag over het kind. Ingeval van adoptie komt het gezamenlijke gezag aan de ouder en diens echtgeno(o)t(e) toe. Voorwaarde voor de stiefouderadoptie is dan wel dat of de biologische ouder met wie het kind samenwoont het gezag heeft over het kind. Het is niet mogelijk om een adoptie uit te spreken indien de biologische ouder en de ouder met wie het kind niet samenwoont het gezamenlijk gezag uitoefenen. Daarvoor

Tegenspraak

De gevallen waarin de rechter geen rekening behoeft te houden met de toestemming zijn de volgende:

  1. Indien het kind en de biologische ouder hebben nauwelijks in gezinsverband samengeleefd;
  2. Indien de biologische ouder zijn gezag heeft misbruikt en/of op grove wijze de opvoeding heeft verzuimd;
  3. Wegens plegen van misdrijven tegen het kind zoals genoemd in titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht.

Overige uitzonderingen

Daarnaast gelden een paar uitzonderingen op de mogelijkheid van een stiefouderadoptie. Zo is een adoptie van een kleinkind niet mogelijk. Ook gelden een aantal bijzondere vereisten voor de adoptie als bijvoorbeeld de biologische ouder bij wie het kind niet woont is overleden en welke gevolgen de adoptie heeft voor de geslachtsnaam van het kind. Daarop wordt in dit artikel niet ingegaan; mocht u daarover meer informatie willen kunt u altijd -geheel vrijblijvend- contact met ons opnemen voor persoonlijk advies.