Wajong uitkering geweigerd: geen medische urenbeperking

In een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep stond de weigering van een Wajong-uitkering aan appellante centraal. Onze advocaat sociaal zekerheidsrecht bespreekt de juridische merites van deze zaak en op welke gronden een Wajong-uitkering kan worden geweigerd.

Arbeids- en inkomensondersteuning

Appellante had op 28 januari 2014 een aanvraag ingediend voor een uitkering krachtens de Wet Wajong. Zij diende daarvoor op het spreekuur van de verzekeringsarts te komen. Appellante stelde te lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom en had last van verschillende lichamelijke klachten. De verzekeringsarts kon echter geen afwijkingen vinden die deze klachten voldoende konden verklaren. Desondanks oordeelde de arts dat de klachten consistent en aannemelijk werden geacht.

Afwijzing uitkering UWV

Bij besluit van 2 juni 2014 had het UWV de aanvraag om een Wajong-uitkering afgewezen. Het hiertegen ingestelde bezwaar en beroep zijn beide ongegrond verklaard. De reden dat de beroepsprocedure bij de rechtbank ongegrond werd verklaard, was omdat appellante geen informatie had ingebracht op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat zij meer medisch urenbeperkt was dan dat het UWV reeds had geconstateerd. Zij had in de procedure geen verdere medische informatie ingebracht.

Beoordeling Centrale Raad van Beroep

De CRvB constateert in de hoger beroepsprocedure dat de door appellant aangehaalde feiten en bezwaren hetzelfde zijn als in de beroepsprocedure bij de rechtbank. Uit de overgelegde stukken van appellante ten aanzien van de aanvraag blijkt niet dat zij beperkt zij zijn in het verrichten van arbeid. Op grond daarvan heeft het UWV op juiste gronden de uitkering geweigerd.

Procedure bezwaar en beroep

Zoals uit deze uitspraak blijkt, is het van essentieel belang dat de voor de procedure benodigde stukken tijdig worden ingebracht. In de beroepsprocedure is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep telkens gemotiveerd gereageerd. Uit de uitspraak blijkt dat het ontbreken van psychisch en/of somatisch ziek zijn geen integrale leidraad kan zijn om een oordeel te vellen over de belastbaarheid van de aanvrager. Ondanks dat de verzekeringsarts niet betwist dat de klachten daadwerkelijk aanwezig zijn, oordeelt hij echter dat dit onvoldoende is vanuit perspectief van medisch objectieve argumenten onvoldoende is om een urenbeperking aan te nemen.