Twee keer hoger beroep ingesteld tegen hetzelfde vonnis, niet-ontvankelijk verklaard

In een recent arrest van het Hof Den Bosch is een vrouw niet-ontvankelijk verklaart in het door haar, voor de tweede maal ingestelde, hoger beroep. In het Nederlands procesrecht geldt als uitgangspunt dat tegen een rechterlijke beslissing slechts één keer een rechtsmiddel openstaat. Meerdere malen in hoger beroep komen tegen een uitspraak van de rechtbank is dus -bepaalde uitzonderingen daargelaten- niet mogelijk. In deze bijdrage bespreekt onze advocaat procesrecht de juridische merites van deze zaak.

Gezag van gewijsde

In de procedure stond de kwestie centraal of de moeder, eiseres in de procedure, weer in het ouderlijk gezag kon worden geplaatst. Dit naar aanleiding van het feit dat de rechtbank Limburg door middel van een beschikking -uitvoerbaar bij voorraad- het ouderlijk gezag van de vrouw over haar kinderen had beëindigd. De vrouw kon zich niet verenigen met deze uitspraak en wenste de uitspraak dan ook aan te vechten. Aangezien tegen de uitspraak nog hoger beroep mogelijk was, had de uitspraak nog geen gezag van gewijsde verkregen.

Beginselen van een goede procesorde

Het recht als zodanig om slechts éénmaal een rechtsmiddel in te stellen tegen een gerechtelijke eindbeslissing, is niet vastgelegd in de wet. De Hoge Raad heeft al eerder geoordeeld dat het instellen van hoger beroep tegen hetzelfde vonnis alleen is toegestaan indien dit niet in strijd komt met de goede procesorde. Ook is hoger beroep tegen hetzelfde vonnis niet toegelaten als de behandeling niet kan worden verenigd met een beslissing die inmiddels in het eerste hoger beroep is gegeven.

In deze zaak had de vrouw hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van rechtbank Limburg op 13 december 2017 onder begeleiding van een advocaat. Echter, de vrouw had op dezelfde dag onder begeleiding van een andere advocaat tevens een andersluidend verzoekschrift ingesteld. Dat had tot gevolg dat er twee verschillende verzoekschriften waren ingediend bij de griffie van het Hof. Het Hof Den Bosch was daardoor niet meer in staat om te beoordelen welk verzoekschrift het eerst was binnengekomen ter griffie.

Inhoud beroepschrift

Het Hof oordeelde evenwel dat in de zaak met het andersluidende verzoekschrift reeds schriftelijk verweer was gevoerd en nadere stukken waren ingediend. Het Hof Den Bosch heeft toen kennelijk in een andere procedure beslist om die zaak wel in behandeling te nemen. Opmerkelijk was wel dat de vrouw beide procedures was verschenen.

Hoger beroep tegen eindbeslissing

In het Nederlands procesrecht geldt als uitgangspunt dat slechts éénmaal een rechtsmiddel kan worden aangewend. Is de uitspraak onherroepelijk -wat betekent dat er geen rechtsmiddel meer openstaat- dan verkrijgt de uitspraak kracht van gewijsde. In deze procedure was nog geen eindbeschikking door het Hof afgegeven. Had het Hof dat wel gedaan, dan had de vrouw tegen de beslissing van het Hof in cassatie kunnen komen bij de Hoge Raad. De Hoge Raad is echter geen feitenrechter. Dat betekent dat de Hoge Raad slechts zal toetsen of de lagere rechters het recht op de juiste wijze hebben toegepast. In bepaalde gevallen zal de Hoge Raad, indien daar aanleiding toe is, de zaak terugverwijzen naar het Hof ter verdere beoordeling.

Advocaat procesrecht

Gedegen kennis van het procesrecht is voor elke advocaat van cruciaal belang. Het procesrecht is een specialisme op zich, waarvoor sterke analytische kwaliteiten onontbeerlijk zijn. De advocaten van Advocatenkantoor Appelman hebben ruime proceservaring en staan cliënten zowel in als buiten rechte bij. Neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.