Wettelijke vereisten voor jaarlijkse huurverhoging

Particulieren kunnen te maken krijgen met een huurverhoging. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd en kan worden verhoogd. Bij deze huurverhoging wordt een onderscheid gemaakt tussen sociale huurwoningen en geliberaliseerde huurwoningen. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wettelijke hoogtes en op welke wijze bezwaar kan worden gemaakt tegen een huurverhoging.

Verschil sociale huurwoning en geliberaliseerde huurwoning

Bij de jaarlijkse huurverhoging dient een onderscheid te worden gemaakt tussen sociale huurwoningen en geliberaliseerde huurwoningen. Zoals aangegeven mag de huur bij sociale huurwoningen een bepaalde huurgrensprijs niet overstijgen. Dit is in 710,68 euro per maand (in 2018). Is dit bedrag hoger, dan is sprake van een huurwoning in de vrije sector.

Sociale huurwoning

Voor sociale huurwoningen wordt door de overheid jaarlijks een maximaal percentage aan huurverhoging vastgesteld. De verhuurder kan op grond van dit vastgestelde percentage de huur éénmaal per jaar verhogen. Deze jaarlijkse huurverhoging is afhankelijk van de inflatie en van het inkomen van de particulier. Een lager inkomen betekent dus een lagere huurverhoging. Bij sociale huurwoningen wordt de maximale huurprijs (dus los van de huurverhoging) vastgesteld aan de hand van een puntensysteem (woningwaarderingsstelsel). Aan de hand van een aantal voorzieningen wordt de maximumprijs aan huur vastgesteld. De huurverhoging mag er niet toe leiden dat de huur boven dit bedrag uit komt.

Geliberaliseerde huurwoning

Van een geliberaliseerde huurwoning is sprake als de huurovereenkomst na 1 juli 1994 is ingegaan. Bij een geliberaliseerde huurwoning dient de huurprijs bij het aangaan van de huurovereenkomst boven de huursubsidiegrens te liggen. Hiervan is sprake als de huur meer dan 710,68 euro per maand bedraagt in 2018. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook huurovereenkomsten die tussen 1 juli 1989 en 1 juli 1994 zijn aangegaan ook geliberaliseerd zijn.

Berekening jaarlijkse huurverhoging sociale huurwoningen

Bij de berekening van de jaarlijkse huurverhoging wordt de inflatie meegenomen. In 2018 zal de jaarlijkse huurverhoging voor sociale huurwoningen tussen de 3.9% en 5.4% zijn. Hier zit een percentage aan inflatie inbegrepen alsmede een vastgesteld inkomensafhankelijk percentage aan verhoging.

Berekening jaarlijkse huurverhoging geliberaliseerde huurwoning

Bij geliberaliseerde huurwoningen geldt geen maximale huurprijs. Daarnaast wordt er geen jaarlijks maximumpercentage aan huurverhoging vastgesteld en kan de huurder -in de meeste gevallen- geen beroep doen op de huurcommissie. Voor geliberaliseerde woningen geldt de beperking van het woningwaarderingsstelsel bovendien niet. De verhuurder mag bij geliberaliseerde huurwoningen zelf bepalen welke huurprijs hij voor een woning vraagt en mag hij zelf de jaarlijkse huurverhoging vaststellen. Met geliberaliseerde huurwoningen wordt ook wel huurwoningen in de vrije sector bedoeld.

Advocaat huurrecht

Als u het niet eens bent een vastgestelde huurverhoging, kan u in sommige gevallen een bezwaarschrift indienen. Dit geldt voor een vastgestelde huurverhoging voor sociale huurwoningen. Als u daarentegen een woning huurt in de vrije sector of een andere, non-sociale huurwoning, dient u de gang naar de rechter te maken. Onze advocaat huurrecht heeft een grote expertise in allerhande onderwerpen in het huurrecht en staat u graag met advies bij.