Medewerkingsverplichting WWB

Met enige regelmaat komt het voor dat een bijstandsaanvraag wordt opgeschort als een belanghebbende niet op tijd verschijnt op oproepen in verband met de arbeidsinschakeling. Opschorting op deze grond is echter niet mogelijk. In deze bijdrage wordt ingegaan wat u het beste kunt ondernemen in zulke gevallen en op welke wijze een advocaat sociaal zekerheidsrecht u kan voorzien van advies.

Gemeenten

Gemeenten verstrekken uitkeringen op grond van de WWB aan degenen die daartoe gerechtigd zijn. Op 1 juli 2013 is art. 17 lid 2 WWB gewijzigd en zijn veel gemeentes overgegaan tot het opschorten van de uitkering als een belanghebbende niet verscheen op oproepen in verband met de arbeidsinschakeling. Kort komt het erop neer dat belanghebbenden in elk geval niet kan worden verweten niet aan de medewerkingsplicht te hebben voldaan indien zij geen medewerking verlenen aan oproepen in verband met de arbeidsinschakeling. Intrekking of opschorting op deze grond is dus niet mogelijk.

Medewerkingsplicht op basis van de WWB

Bovenstaande problemen hebben geleid tot een wetswijziging. In de praktijk was er meer dan eens verwarring over de vraag een gemeente een uitkering kon opschorten of intrekken bij het niet-voldoen aan oproepen in verband met arbeidsinschakeling. Gemeentes interpreteerden de bedoeling van de wetgever onjuist: dit heeft in de praktijk tot een hoop procedures geleid.

Het is nu niet langer meer noodzakelijk dat een belanghebbende medewerking verleent aan oproepen om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met de arbeidsinschakeling.  Immers, als een belanghebbende niet meewerkt aan een oproep tot arbeidsinschakeling kan niet per definitie worden gezegd dat die persoon -gezien diens persoonlijke situatie- niet in aanmerking komt voor bijstand. Het recht op bijstand kan immers niet worden vastgesteld naar aanleiding van het niet-voldoen aan de medewerkingsverplichting. Meer eenvoudig gezegd: er wordt een onderscheid gemaakt tussen vaststellen op het recht op bijstand en de grond daarvoor. Indien u het niet eens bent met een besluit van de gemeente tot verlening van bijstand, of de hoogte ervan, kunt u een advocaat sociaal zekerheidsrecht om advies vragen.

Fraudeaanpak en WWB

Naast de hierboven besproken bevoegdheden om het recht op een uitkering vast te stellen komt het ook met enige regelmaat voor dat gemeentes bevoegdheden inzetten om uitkeringsfraude te voorkomen.

Belanghebbenden dienen onder omstandigheden huisbezoeken toe te staan om het college van Burgemeesters & Wethouders in staat te stellen te beoordelen of er sprake is van fraude. Het college kan besluiten dat als een belanghebbende weigert een huisbezoek toe te staan, daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat er sprake is van fraude. Dit is in beginsel alleen het geval als de belanghebbende een huisbezoek weigert zonder redelijke grond. De Centrale Raad van Beroep (de rechter die bevoegd is te oordelen in sociaal zekerheidsrechtkwesties). De CRvB kan de vraag of een huisbezoek terecht is geweigerd beoordelen aan de hand van art. 8 EVRM. Indien dat het geval is, wordt de regeling inzake art. 53a van de WWB buiten toepassing gelaten. Er gaat daarbij een preventieve werking uit om fraude te voorkomen, en niet om fraude daadwerkelijk op te sporen.

Advocaat sociaal zekerheidsrecht

Wilt u meer informatie in het kader van de WWB of het sociaal zekerheidsrecht in het algemeen? Onze advocaat sociaal zekerheidsrecht heeft jarenlange ervaring en staat particulieren zowel in als buiten rechte bij.

Bel mij terug